Affect De voor anderen waarneembare gedragingen en uitingen waarmee iemand zijn emotionele gemoedstoestand tot uitdrukking brengt. | |
Aniseïconie Letterlijk: ongelijk beeld. Toestand waarin de beelden die beide ogen op het netvlies krijgen links en rechts niet even groot zijn. Dit kan gebeuren wanneer de beide ogen een heel verschillende lichtbreking hebben (bijvoorbeeld als één ooglens verwijderd | |
Antistoffen Stoffen die door het afweersysteem van het lichaam worden gemaakt en die virussen en bacteriën kunnen doden. Worden ook wel antilichamen genoemd. | |
Atypische antipsychotica Nieuwe type medicijnen tegen psychose die minder bijwerkingen veroorzaken dan de klassieke antipsychotica. Ze veroorzaken met name minder bijwerkingen van het bewegingsapparaat (minder stijfheid en beven). | |
Auditief Betreffende het gehoor. | |
Casus Latijn voor 'geval'. Bedoeld wordt in de regel een bepaald geval, een bepaalde patiënt, die bijvoorbeeld een arts in een artikel of een lezing als voorbeeld naar voren brengt. Casuïstiek staat dan voor het beschrijven van voorbeelden uit de praktijk. | |
Dissociatief Gepaard gaande met een veranderd bewustzijn. | |
Dissociatieve hallucinatie Hallucinatie tijdens een trance, gekenmerkt door een combinatie van zintuiglijke kwaliteiten (zoals beeld, geluid, geur) en hevige emotionele belevingen. | |
Dynamisch bereik Het gehoorbereik van het oor, lopend tussen de zwakst nog hoorbare geluidssterkte en het luidste nog net niet als pijnlijk ervaren geluid van een bepaalde toonhoogte. | |
Eetstoornis Stoornis die zich vooral uit in een afwijkend eetpatroon, gekenmerkt door weinig eten en vermagering (zie anorexia nervosa), en/of door vreetbuien, braken, misbruik van laxeermiddelen (zie boulimia). | |
Epilepsie Staat bekend als 'vallende ziekte'. Hersenziekte die zich kenmerkt door aanvallen van ongecontroleerde overmatige activiteit van bepaalde delen van de hersenen, waardoor toevallen kunnen ontstaan. Deze kunnen zich voordoen in diverse vormen, zoals spiertr | |
Flashback Het spontaan weer optreden en herbeleven van de hallucinaties en voorstellingswereld die eerder werden meegemaakt tijdens het gebruik van een bepaalde drug, zonder dat deze drug opnieuw is gebruikt. | |
Hamer De eerste van de drie gehoorbeentjes, die de geluidstrillingen van het trommelvlies opvangt. | |
Haptisch Betrekking hebbend op de tastzin of het lichamelijke gevoel en de psychische beleving die daarbij optreden. | |
Hersenkernen Verzameling gelijksoortige zenuwcellen in de hersenstam, die in deze kernen in zeer grote aantallen bij elkaar liggen en een eigen taak hebben. | |
Hersentumor Gezwel in de hersenen (zowel betrekking hebbend op goedaardige en kwaadaardige tumoren). | |
Hypochondrie Psychiatrische stoornis waarbij er een (ziekelijk) overdreven bezorgdheid en aandacht bestaat voor de eigen lichamelijke gezondheid en het minste of geringste pijntje, vlekje of vreemde gevoel in het lichaam aanleiding is om te veronderstellen dat men aan | |
Katatonie Stoornis in de spierbewegingen, waarbij de spanning van de spieren verhoogd is en de ledematen in een vaak bizarre stand verstijfd lijken te zijn. Komt soms voor bij mensen met schizofrenie. | |
LSD Lysergine-zuur-diethylamide of 'acid', een van de sterkste tripmiddelen, die hallucinaties kan oproepen. | |
Magisch denken Denken met een bijgelovige inslag en niet volgens de logica. Bijvoorbeeld: 'Als ik dit nu niet aanraak, gebeurt er morgen een ongeluk'. Is bij jonge kinderen een veelvoorkomende en normaal onderdeel van de ontwikkeling, waarbij het kind gelooft dat zijn g | |
Manisch Ziekelijk opgewekt en ontremd gestemd, met een overmaat aan activiteit, grootse -meestal niet reële- plannen, afgenomen slaapbehoefte, overdreven eigenwaarde tot hoogmoed, overdreven spaakzaamheid en gejaagde gedachten. Kan zich periodiek voordoen, soms m | |
Motorische opwinding Toestand waarbij de patiënt voortdurend in beweging is. | |
Mystiek De wereld van bovennatuurlijke en goddelijke krachten en gebeurtenissen. | |
Neurale circuits Schakelingen tussen de hersenkernen. Ook wel neuraal netwerk genoemd. | |
Neurologische aandoening Ziekte of afwijking van het zenuwstelsel. | |
Olfactorisch Letterlijk: de reuk betreffende. Wordt gebruikt in combinatie met een ander begrip om aan te geven dat het met de reuk te maken heeft. Zo wordt met de nervus olfactorius de reukzenuw bedoeld. | |
Onderhoudsbehandeling Het langdurig behandelen van een patiënt met een zo laag mogelijke dosering medicijnen. | |
Paramedisch Vakgebieden die grenzen aan de geneeskunde, bijvoorbeeld fysiotherapie, ergotherapie en bewegingswetenschappen. | |
Paranormaal Met betrekking tot het bovennatuurlijke. | |
Psychomotoriek Lichaamsbewegingen die voortvloeit uit de geestesgesteldheid of stemming, zoals gebaren, mimiek en het bewegingsniveau (druk of geremd in de bewegingen). | |
Psychotherapie Behandeling die een verlichtend effect heeft op een emotionele, gedragsmatige of mentale (psychische) stoornis, waarbij het gesprek tussen patiënt en behandelaar centraal staat en medicijnen, indien voorgeschreven, slechts een aanvullende waarde hebben. | |
Realitytesting De manier waarop men de werkelijkheid ervaart. | |
Relapse Letterlijk: herhaalde val. De opleving van een ziekte na een lange tijd van rust of (schijnbare) genezing. In het geval van schizofrenie gaat het dan om een toename van de psychotische verschijnselen, de wanen en hallucinaties na een periode van (betrekke | |
Restverschijnselen Overblijvende verschijnselen van een ziekte nadat deze is genezen of tot rust gekomen. | |
Schizofrene spectrum Schizofrenie en alle psychiatrische aandoeningen die gelijken op schizofrenie bij elkaar genomen. | |
Schizofrenie Ernstige psychiatrische stoornis met kenmerkende symptomen als hallucinaties, wanen, onsamenhangende spraak, chaotisch gedrag en een afvlakking van het sociale en beroepsmatige functioneren. | |
Stupor Toestand van bewegingloosheid zonder spraak en communicatie bij helder bewustzijn, als een soort 'geestelijk verdoofd zijn', zoals voor kan komen bij een ernstige schrikreactie, depressie of bij schizofrenie. | |
Symptoomdimensie Groep van ziekteverschijnselen (symptomen) bij een bepaalde ziekte die waarschijnlijk op dezelfde manier wordt veroorzaakt. | |
Synaps Plaats waar de ene zenuw contact maakt met een andere zenuw of spiervezel, en waar de zenuwprikkels overgedragen worden via neurotransmitters. | |
Tactiel Betreffende de tastzin of het tastgevoel. | |
Talgklieren Kliertjes die in de lederhuid (de huidlaag vlak onder de opperhuid) liggen en een vetachtige substantie produceren die de huid soepel houdt en tegen uitdroging beschermt (zie ook Talgklierfollokel). | |
Visioen Een gezichtswaarneming, in het bijzonder van religeuze aard of in een toestand van extase, zonder bijbehorende uitwendige prikkel, die door de betrokkene als echt wordt ervaren, maar die in werkelijkheid niet aanwezig is en die anderen dus niet kunnen zie | |
Visus Gezichtsscherpte, de mate waarin iemand scherp ziet, uitgedrukt in een getal. | |
Waan Rotsvaste overtuiging die niet klopt met de werkelijkheid en die, ondanks alle tegenargumenten en feiten die redelijkerwijze genoeg zouden moeten zijn om de overtuiging te weerleggen, toch gehandhaafd blijft. | |
WAO Afkorting voor Wet op de Arbeidsongeschiktheid. | |