|
|
Bloeddrukverlagende medicijnen De bloeddruk ontstaat door het samentrekken van de hartspier. De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de snelheid en de kracht waarmee het hart pompt, de weerstand in de slagaders en de hoeveelheid vocht die circuleert in de bloedbaan. De weerstand in de slagaders wordt beïnvloed door spieren die in de vaatwand liggen. Als deze spieren samentrekken, wordt het bloedvat nauwer en stijgt de weerstand. Hoe hoger de spanning in de spieren in de vaatwand, hoe groter de weerstand en hoe hoger de bloeddruk. Al deze factoren - de hartslag, de weerstand en het bloedvolume - kunnen gezamenlijk bijdragen aan een verhoogde bloeddruk. Meestal is het niet mogelijk om één oorzaak voor een verhoogde bloeddruk aan te wijzen. We spreken van essentiële hypertensie, wat niets anders betekent dan dat er geen duidelijke oorzaak is voor de verhoogde bloeddruk. Wel duidelijk is dat het voor de gezondheid van hart en bloedvaten beter is om een verhoogde bloeddruk te verlagen. Om ervoor te zorgen dat de bloeddruk binnen bepaalde grenzen blijft, zijn er in ons lichaam regelmechanismen die invloed uitoefenen op de hartslag, de vaatwand of het volume van het bloed. Om in te grijpen in de verschillende regelmechanismen voor de bloeddruk, bestaat er een ruime keuze aan bloeddrukverlagende medicijnen. Ze worden verdeeld in vier klassen: plaspillen, bètablokkers, calciumblokkers en ras-remmers. Daarnaast zijn er nog andere bloeddrukverlagende medicijnen, bijvoorbeeld medicijnen die via het centrale zenuwstelsel de bloeddruk kunnen verlagen. Plaspillen Plaspillen, ook wel diuretica genoemd, bevorderen de uitscheiding van water en natrium (zout) via de nieren in de urine. Als gevolg daarvan neemt het bloedvolume af en daardoor daalt de bloeddruk. Toch twijfelt men eraan of de bloeddrukdaling uitsluitend door dit effect ontstaat. De bloeddrukdaling treedt al op bij lage doseringen, voordat mensen merken dat ze meer gaan plassen. Meestal wordt bij het gebruik van plaspillen ook kalium uitgescheiden. Soms kan er een tekort aan kalium ontstaan. Klachten bij een tekort aan kalium zijn: spierslapte, krampen in de kuitspier, rusteloosheid en hartritmestoornissen. Door het eten van veel fruit (bevat veel kalium) kan iemand soms het kaliumverlies opvangen. Als iemand een tekort aan kalium krijgt, kan een arts ook kaliumsparende plaspillen voorschrijven. Bètablokkers Bètablokkers hebben hun naam te danken aan het blokkeren van aangrijpingsplaatsen (bèta-adrenerge receptoren) voor stressreacties. Bij 'stress' wordt het lichaam klaargemaakt om snel iets te kunnen doen, bijvoorbeeld vluchten voor gevaar. Daarbij moet ook het hart extra inspanning kunnen gaan leveren. Bètablokkers verminderen die stressreactie. Ze beïnvloeden de hartslag. Het hart gaat langzamer kloppen. Daardoor daalt de bloeddruk. Er zijn in Nederland veel verschillende bètablokkers verkrijgbaar. Ze worden onderverdeeld in selectieve en niet-selectieve bètablokkers. Selectief wil zeggen dat het medicijn zich vooral op het hart richt en minder op andere organen. Voor de bloeddrukdaling maakt selectief of niet-selectief geen verschil. Het kan wel belangrijk zijn voor iemand die astma heeft of diabetes mellitus. Bij mensen met astma kunnen niet-selectieve bètablokkers de kortademigheid bevorderen. Patiënten met diabetes mellitus kunnen bij gebruik van niet-selectieve bètablokkers een te laag bloedsuikergehalte niet of te laat herkennen. De bijwerkingen van bètablokkers bestaan uit moeheid - vooral na inspanning - koude handen en voeten, potentiestoornissen, slapeloosheid en soms nachtmerries en depressies. Plastabletten en bètablokkers kunnen hinderlijke bijwerkingen hebben bij sporten. Calciumblokkerende middelen (calciumantagonisten) Calciumblokkerende middelen of calciumantagonisten blokkeren de opname van calcium onder andere in de spieren die in de wand van de slagaders zitten. Spieren hebben calcium nodig om samen te kunnen trekken. Bij een gebrek aan calcium kunnen zij zich minder sterk samentrekken. Wanneer de spieren in de slagaderwand zich minder samentrekken, worden de bloedvaten wijder, vermindert de weerstand en daalt de bloeddruk. Bijwerkingen van calciumblokkerende middelen zijn hoofdpijn, roodheid in het gezicht, duizeligheid, maagdarmklachten en oedeem aan de enkels. RAS-remmers RAS-remmers remmen het renine-angiotensine-systeem (RAS). Dit is een complex systeem van stoffen die een belangrijke rol spelen bij het regelen van de bloeddruk. Ze verlagen de weerstand van de bloedvaten, waardoor het hart minder druk hoeft op te bouwen. Er zijn twee soorten ras-remmers die ieder op een andere plaats in het systeem ingrijpen: de ACE-remmers en Angiotensine II-remmers. De ACE-remmers gaan de werking van ACE (spreek uit als ees) tegen. ACE is de afkorting van angiotensine converting enzyme. Dit is een stof die de bloedvaten vernauwt. Het remmen van ACE maakt de bloedvaten wijder en als gevolg daarvan daalt de bloeddruk. De belangrijkste bijwerking van ACE-remmers is prikkelhoest. De Angiotensine II-remmers zijn ontwikkeld na de ACE-remmers. Ze blokkeren de werking van angiotensine. Het effect is hetzelfde als bij het gebruik van een ACE-remmer. De bloedvaten worden wijder en daardoor daalt de bloeddruk. Bij het gebruik van Angiotensine II-remmers treedt geen prikkelhoest op. De verschillende (klassen van) bloeddrukverlagende medicijnen verlagen allemaal de bloeddruk. Soms daalt de bloeddruk voldoende met één medicijn, bijvoorbeeld alleen plaspillen. Blijft de bloeddruk bij het gebruik van één medicijn te hoog, dan kan iemand een combinatie van medicijnen krijgen, bijvoorbeeld een plaspil en een bètablokker of een ACE-remmer en een calciumblokker. Het voordeel van een combinatie van bloeddrukverlagende medicijnen in vergelijking met één bloeddrukverlagend medicijn is dat de dosis per medicijn laag kan blijven. Het alternatief zou immers zijn om de dosis van het éne medicijn verder te verhogen om voldoende bloeddrukverlaging te krijgen. Bij een lagere dosering is de kans op bijwerkingen kleiner. Welk medicijn of welke combinatie van medicijnen voor iemand het meest geschikt is, hangt af van de leeftijd en van bijkomende ziekten zoals diabetes mellitus, hartfalen of chronische nierziekte. |
Werken aan gezonde vaten Deze uitgave biedt een schat aan informatie over onder meer de risicofactoren van hart- en vaatziekten en de wijze waarop iemand zelf een bijdrage kan leveren aan het eigen welzijn en de gezondheid. Niet alleen voor patiënten met hart- en vaataandoeningen, maar ook voor diegenen die weten dat zij extra risico lopen en daar graag iets aan willen doen!
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.Gezond eten voor je hart Gezond eten voor je hart: Een boek met recepten die zijn ontwikkeld door een bekende chef-kok en gebaseerd op de deskundige adviezen van een diëtiste. Dit boek bevat meer dan 100 recepten die zijn ontworpen om je smaakpapillen te prikkelen en je hart gezond te houden. |








