Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Bep Franke en dr. Jan Dirk Banga
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Bloeddruk

Wat een verhoogde bloeddruk is, ligt niet zo vast als de medische adviezen voor het behandelen van hoge bloeddruk of hypertensie suggereren. Bovendien blijkt bij het uitkomen van nieuwe adviezen hiervoor, dat de grenzen vaak weer lager zijn dan in de oude adviezen. Het lijkt erop dat de bloeddruk niet laag genoeg kan zijn. Hoe lager de bloeddruk, des te geringer de kans op hart- en vaatziekten.
Een lage bloeddruk is vooral belangrijk voor mensen die om andere redenen al een hoog risico hebben voor hart- en vaatziekten. Als het risico heel hoog is, kan het verlagen van een 'normale' bloeddruk met medicijnen al gezondheidswinst opleveren. Voor mensen met een matig verhoogde bloeddruk zonder andere risicofactoren, is de gezondheidswinst lager. Voor deze mensen is een gezonde leefstijl vaak voldoende om de bloeddruk te laten dalen en het risico te verminderen. Bij mensen met een sterk verhoogde bloeddruk of een hoog risico op hart- en vaatziekten, is het verstandig om de behandeling aan te vullen met bloeddrukverlagende medicijnen.
Het wel of niet behandelen van bloeddruk met medicijnen hangt dus niet alleen af van de hoogte van de bloeddruk. Het gaat vooral om iemands totale risico op gezondheidsproblemen (zie de scorekaart in hoofdstuk 'Risico's en risicofactoren').

Hoe ontstaat bloeddruk?
De druk in de bloedvaten ontstaat door het samentrekken van de hartspier. Bij iedere slag van het hart wordt het bloed in de slagaders geperst. De wanden van de grote slagaders (vooral de grote lichaamsslagader of aorta) veren onder de druk van het ingeperste bloed enigszins naar buiten. Kort na het samentrekken van de hartspier loopt de druk in de bloedvaten op tot een maximum. Deze maximale druk heet de systolische bloeddruk of bovendruk. Als het hart zich na het samentrekken ontspant, daalt de bloeddruk. De wanden van de slagaders veren weer terug en de bloeddruk daalt tot een minimum. Deze laagste waarde van de bloeddruk heet de diastolische bloeddruk of onderdruk. Het uitzetten en terugveren van de vaatwand kunnen we voelen als we onze vingers leggen op een plaats waar een slagader dicht onder de huid loopt, bijvoorbeeld bij de pols of in de hals.

Waarden
De waarde van de bloeddruk wordt uitgedrukt in millimeter kwik (mmHg). Dat komt doordat de bloeddrukmeters vroeger een kolom met kwik hadden voor het meten van de bloeddruk. Een gemiddelde waarde voor de bloeddruk is 120 over 80 (120/80 mmHg), dat wil zeggen een systolische bloeddruk van 120 mmHg en een diastolische bloeddruk van 80 mmHg. Kinderen hebben een lagere bloeddruk dan gezonde volwassenen en bij ouderen is de bloeddruk vaak iets hoger. Dat een normale systolische bloeddruk gelijk is aan de leeftijd plus honderd, berust op een fabeltje.

Wanneer is de bloeddruk te hoog?
Iemands bloeddruk kan nogal wisselen. De bloeddruk varieert immers gedurende de dag. 's Morgens vroeg en 's avonds is de bloeddruk vaak iets lager dan 's middags, maar bij het opstaan kan de bloeddruk snel stijgen. Spannen we ons in, dan stijgt de bloeddruk en bij rust daalt hij weer. Bij koud weer kan de bloeddruk hoger zijn dan normaal en ook als iemand zich gespannen voelt, stijgt de bloeddruk. Eén enkele meting is daarom niet voldoende om vast te stellen of iemand verhoogde bloeddruk heeft. Om een verhoogde bloeddruk vast te stellen, zijn dan ook meerdere metingen nodig in de spreekkamer, tijdens minimaal twee verschillende consulten. Sommige mensen hebben last van zogenoemde 'witte jassen hoge bloeddruk'. Zij zijn in de spreekkamer van een dokter zo opgewonden en zenuwachtig dat hun bloeddruk daardoor al gestegen is. Dan kan het nuttig zijn om in overleg met de behandelend arts thuis de bloeddruk te meten. Men spreekt van een hoge bloeddruk bij een systolische bloeddruk van 140 mmHg of hoger, en/of een diastolische bloeddruk van 90 mmHg of hoger.

Wat precies de oorzaak is van een hoge bloeddruk, is bij negen van de tien mensen met hoge bloeddruk niet bekend. Iemand kan jarenlang hoge bloeddruk hebben zonder dat hij of zij het zelf weet. Ze noemen hoge bloeddruk daarom ook wel de 'stille doder'. Soms beweren mensen dat ze van hoge bloeddruk nerveus worden, zich opgejaagd voelen en 's nachts niet kunnen slapen. Dat is een misvatting. Hoge bloeddruk veroorzaakt geen klachten.
Er zijn factoren die de kans op hoge bloeddruk verhogen. Dat zijn overgewicht, het eten van veel zout, overmatig alcoholgebruik en gebrek aan lichaamsbeweging. Ook stress wordt vaak als een risicofactor genoemd. Het is echter moeilijk om te meten hoeveel 'stress' iemand heeft. Ook de manier waarop mensen op stress reageren, kan heel verschillend zijn. Sommige mensen reageren op stress door meer te gaan snoepen, meer alcohol te drinken of meer te gaan roken. Dan is niet de stress zelf, maar het gedrag om de stress te verlichten, de oorzaak van het verhoogde risico (zie voor stress ook hoofdstuk 'Risico en risicofactoren').

Fig. 8a. De bloeddruk varieert gedurende de dag. De waarden voor een normale bloeddruk liggen binnen de grijze banden: de systolische bloeddruk of bovendruk binnen de bovenste grijze balk en de diastolische bloeddruk of onderdruk binnen de onderste grijze balk. Door de stippellijnen is de 24-uursperiode verdeeld in verschillende tijdsperioden. ’s Avonds daalt de bloeddruk, tijdens de nacht is de bloeddruk lager dan overdag en ’s morgens vroeg stijgt de bloeddruk weer.



Fig. 8b. Dit is een 24-uursbloeddrukregistratie van iemand die overdag een verhoogde bloeddruk heeft en ’s nachts een normale bloeddruk. Bij een 24-uursbloeddrukregistratie wordt de bloeddruk heel vaak gemeten, bijvoorbeeld iedere 10 of 30 minuten. De persoon zelf kan tijdens de metingen zijn normale dagelijkse bezigheden uitvoeren of slapen.



Fig. 8c. Dit is een 24-uursbloeddukregistratie van iemand met ‘witte jassen hoge bloeddruk’. De eerste metingen zijn tussen 12.00 en 13.00 uur verricht in de spreekkamer van de dokter. De patiënt was gespannen en had daardoor een verhoogde bloeddruk. Later ontspande de patiënt zich en daalde de bloeddruk tot normale waarden.

Schade voor de gezondheid
Hoe hoger de bloeddruk, hoe groter de kans op een hart- of vaatziekte. Het risico op complicaties begint al te stijgen bij normale bloeddrukken (vanaf een systolische bloeddruk van 115 mmHg en een diastolische bloeddruk van 75 mmHg). Meestal zijn bij iemand zowel de systolische als de diastolische bloeddruk verhoogd. De kans is ook verhoogd als alleen de systolische bloeddruk is verhoogd (geïsoleerde systolische hypertensie).
Hoge bloeddruk kan op verschillende manieren leiden tot schade aan hart en bloedvaten.
- Hoge bloeddruk is schadelijk voor de vaatwand. De hoge druk op de wand bevordert slagaderverkalking. Hoge bloeddruk is daardoor een belangrijke risicofactor voor ziekten die ontstaan door slagaderverkalking.
- Als gevolg van de aantasting van de wanden van de slagaders kunnen zwakke plekken ontstaan. Op zo'n zwakke plek rekt de vaatwand zich onder invloed van de hoge druk plaatselijk heel sterk uit. Er ontstaat dan een bobbel op de vaatwand (een aneurysma). Op een verzwakte plek kan de wand van het bloedvat kapot scheuren. Gebeurt dat bijvoorbeeld in de hersenen, dan heeft iemand een hersenbloeding.
- Hoge bloeddruk tast ook de werking van de nieren en het netvlies aan. Dit kan leiden tot verlies van nierfunctie en blindheid.
- De hoge druk in de bloedvaten zorgt ervoor dat het hart harder moet werken om het bloed in het lichaam rond te pompen. Wanneer deze situatie jarenlang bestaat, kan het hart op den duur te kort gaan schieten. Iemands hart is dan niet langer meer in staat om voor voldoende bloedstroom te zorgen. In het begin kan het hart vooral bij inspanning niet meer aan de vraag naar zuurstof voldoen. Op den duur is de pompwerking ook in rust onvoldoende. We noemen dit hartfalen.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat door het verlagen van de bloeddruk het risico op een hartinfarct met een kwart daalt en het risico op een beroerte met ruim eenderde. De kans op hartfalen daalt met de helft. Hoe groot de daling van het risico voor iemand persoonlijk is, hangt af van zijn absolute risico. Hoge bloeddruk kan men verlagen door het aanpassen van de leefstijl, zonodig aangevuld met bloeddrukverlagende medicijnen.

Lage bloeddruk
Hoe lager de bloeddruk is, des te lager is de kans op hart- of vaatziekten. Een bloeddruk tussen 130/90 en 100/60 mmHg is waarschijnlijk het meest ideaal. Een lagere bloeddruk wordt meestal slecht verdragen en geeft aanleiding tot problemen. Bij de meeste mensen is de bloeddruk echter niet te laag, maar eerder te hoog. Lage bloeddruk is niet gevaarlijk zolang iemand zich goed voelt. De bloeddruk is wel te laag als iemand klachten krijgt, zoals een licht gevoel in het hoofd of flauwvallen. De bloeddruk kan te laag zijn:
- Bij orthostatische hypotensie. Bij mensen met orthostatische hypotensie treedt er een sterke daling van de bloeddruk op bij het opstaan vanuit liggende houding. Orthostatische hypotensie kan ontstaan bij sommige ziekten.
- Na een hartinfarct of bij hartfalen.
- Na langdurige bedrust.
- Bij flauwvallen.
- Bij het verlies van een grote hoeveelheid bloed of bij uitdroging.
- Als gevolg van het gebruik van medicijnen.
- Bij zeer ernstige infecties (sepsis).
- Als iemand in shock is. Shock treedt op bij een te kort aan vocht in de bloedsomloop.

Leefstijl
Hoge bloeddruk kan meestal niet genezen. Iemand met hoge bloeddruk kan wel veel doen om de bloeddruk onder controle te houden en het risico op complicaties, zoals hart- en vaatziekten, te verminderen. Het effect van de maatregelen om de bloeddruk te verlagen, hangt af van de hoogte van de bloeddruk. Hoe hoger de bloeddruk, hoe sterker het effect. Hieronder worden gemiddelden gegeven voor het effect van de verschillende maatregelen.
Of iemand nu wel of geen bloeddrukverlagende medicijnen krijgt, bij iedere behandeling hoort ook het aanpassen van de leefstijl. Deze aanpassingen bestaan uit:
- Afvallen voor mensen met overgewicht
Een daling van het lichaamsgewicht met één kilo leidt tot een daling van de bloeddruk van gemiddeld 1,6 mmHg systolisch en 1,3 mmHg diastolisch. Dat lijkt misschien weinig, maar vijf tot tien kilo afvallen, zorgt toch voor een flinke daling van de bloeddruk. De individuele reactie op het gewichtsverlies kan variëren, maar bij de meeste mensen leidt afvallen tot verlaging van de bloeddruk (zie voor afvallen hoofdstuk 'Overgewicht').
- Minder zout gebruiken
Minder zout verlaagt de bloeddruk met ongeveer 4 mmHg systolisch en 1 à 2 mmHg diastolisch. Sommige mensen zijn gevoeliger voor het bloeddrukverhogende effect van zout dan anderen. Die gevoeligheid is gedeeltelijk erfelijk bepaald. Ouderen zijn vaak gevoeliger dan jongeren.
- Gezond eten
Een voeding met veel groenten en fruit, en vetarme zuivelproducten verlaagt de bloeddruk met gemiddeld 11 mmHg systolisch en 5 mmHg diastolisch.
- Niet meer dan één à twee glaasjes alcohol per dag drinken
Het drinken van meer glaasjes alcohol per dag verhoogt de bloeddruk.
- Meer lichaamsbeweging
Lichamelijke activiteit zorgt voor een bescheiden daling van de systolische bloeddruk met gemiddeld 6 mmHg en van de diastolische bloeddruk met gemiddeld 5 mmHg. Sommige bloeddrukverlagende medicijnen hebben als nadeel dat ze het inspanningsvermogen verminderen.
- Stoppen met roken voor mensen die roken
Nicotine veroorzaakt een stijging van de bloeddruk, maar dit effect is tijdelijk. Toch is het sterk aan te bevelen om te stoppen met roken. Voor een roker met een matige verhoogde bloeddruk vermindert de kans op hart- en vaatziekten méér door te stoppen met roken dan door het gebruik van bloeddrukverlagende medicijnen. Daar komt nog bij dat roken het effect kan verminderen van sommige bloeddrukverlagende medicijnen, in het bijzonder van sommige bètablokkers.


Medicijnen
Als door het aanpassen van de leefstijl de bloeddruk onvoldoende daalt, komt iemand in aanmerking voor een behandeling met medicijnen. Het behandelen met medicijnen is afhankelijk van iemands absolute risico op hart- en vaatziekten (het risicoprofiel). Het absolute risico van een persoon kan men schatten met tabellen zoals de scorekaart in hoofdstuk 'Risico en risicofactoren' of een daarvoor ontworpen computerprogramma.
De verschillende klassen van bloeddrukverlagende medicijnen worden besproken in hoofdstuk 'Behandeling met medicijnen'. Met medicijnen daalt de systolische bloeddruk gemiddeld met 10 tot 12 mmHg en de diastolische met gemiddeld 5 tot 6 mmHg. Deze bloeddrukdaling is ongeveer gelijk aan de bloeddrukdaling die optreedt door het veranderen van de voedingsgewoonten. Om deze daling van de bloeddruk te bereiken, moeten de medicijnen wel volgens voorschrift worden ingenomen. Als de bloeddruk met de medicatie tot normale waarden is gedaald, dan kan na een jaar overwogen worden om het medicijngebruik te verminderen. Vaak moeten de medicijnen echter levenslang geslikt worden.














terug verder