Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Bep Franke en dr. Jan Dirk Banga
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Lage bloeddruk

Hoe lager de bloeddruk is, des te lager is de kans op hart- of vaatziekten. Een bloeddruk tussen 130/90 en 100/60 mmHg is waarschijnlijk het meest ideaal. Een lagere bloeddruk wordt meestal slecht verdragen en geeft aanleiding tot problemen. Bij de meeste mensen is de bloeddruk echter niet te laag, maar eerder te hoog. Lage bloeddruk is niet gevaarlijk zolang iemand zich goed voelt. De bloeddruk is wel te laag als iemand klachten krijgt, zoals een licht gevoel in het hoofd of flauwvallen. De bloeddruk kan te laag zijn:
- Bij orthostatische hypotensie. Bij mensen met orthostatische hypotensie treedt er een sterke daling van de bloeddruk op bij het opstaan vanuit liggende houding. Orthostatische hypotensie kan ontstaan bij sommige ziekten.
- Na een hartinfarct of bij hartfalen.
- Na langdurige bedrust.
- Bij flauwvallen.
- Bij het verlies van een grote hoeveelheid bloed of bij uitdroging.
- Als gevolg van het gebruik van medicijnen.
- Bij zeer ernstige infecties (sepsis).
- Als iemand in shock is. Shock treedt op bij een te kort aan vocht in de bloedsomloop.

Leefstijl
Hoge bloeddruk kan meestal niet genezen. Iemand met hoge bloeddruk kan wel veel doen om de bloeddruk onder controle te houden en het risico op complicaties, zoals hart- en vaatziekten, te verminderen. Het effect van de maatregelen om de bloeddruk te verlagen, hangt af van de hoogte van de bloeddruk. Hoe hoger de bloeddruk, hoe sterker het effect. Hieronder worden gemiddelden gegeven voor het effect van de verschillende maatregelen.
Of iemand nu wel of geen bloeddrukverlagende medicijnen krijgt, bij iedere behandeling hoort ook het aanpassen van de leefstijl. Deze aanpassingen bestaan uit:
- Afvallen voor mensen met overgewicht
Een daling van het lichaamsgewicht met één kilo leidt tot een daling van de bloeddruk van gemiddeld 1,6 mmHg systolisch en 1,3 mmHg diastolisch. Dat lijkt misschien weinig, maar vijf tot tien kilo afvallen, zorgt toch voor een flinke daling van de bloeddruk. De individuele reactie op het gewichtsverlies kan variëren, maar bij de meeste mensen leidt afvallen tot verlaging van de bloeddruk (zie voor afvallen hoofdstuk 'Overgewicht').
- Minder zout gebruiken
Minder zout verlaagt de bloeddruk met ongeveer 4 mmHg systolisch en 1 à 2 mmHg diastolisch. Sommige mensen zijn gevoeliger voor het bloeddrukverhogende effect van zout dan anderen. Die gevoeligheid is gedeeltelijk erfelijk bepaald. Ouderen zijn vaak gevoeliger dan jongeren.
- Gezond eten
Een voeding met veel groenten en fruit, en vetarme zuivelproducten verlaagt de bloeddruk met gemiddeld 11 mmHg systolisch en 5 mmHg diastolisch.
- Niet meer dan één à twee glaasjes alcohol per dag drinken
Het drinken van meer glaasjes alcohol per dag verhoogt de bloeddruk.
- Meer lichaamsbeweging
Lichamelijke activiteit zorgt voor een bescheiden daling van de systolische bloeddruk met gemiddeld 6 mmHg en van de diastolische bloeddruk met gemiddeld 5 mmHg. Sommige bloeddrukverlagende medicijnen hebben als nadeel dat ze het inspanningsvermogen verminderen.
- Stoppen met roken voor mensen die roken
Nicotine veroorzaakt een stijging van de bloeddruk, maar dit effect is tijdelijk. Toch is het sterk aan te bevelen om te stoppen met roken. Voor een roker met een matige verhoogde bloeddruk vermindert de kans op hart- en vaatziekten méér door te stoppen met roken dan door het gebruik van bloeddrukverlagende medicijnen. Daar komt nog bij dat roken het effect kan verminderen van sommige bloeddrukverlagende medicijnen, in het bijzonder van sommige bètablokkers.




terug verder