Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Bep Franke en dr. Jan Dirk Banga
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Indeling van de risicofactoren

Risicofactoren bevorderen het proces van slagaderverkalking of atherosclerose. Daarmee verhogen ze de kans op een (nieuwe) hart- of vaatziekte. We onderscheiden risicofactoren in factoren waar we invloed op kunnen uitoefenen om de kans op hart- en vaatziekten te verminderen, en factoren waarop we geen invloed kunnen uitoefenen. 'Nieuwe' risicofactoren zijn factoren waarnaar nog onderzoek wordt gedaan. Hierover bestaat nog geen overeenstemming tussen de deskundigen.

Beïnvloedbare risicofactoren
Roken
Of iemand nu sigaren, sigaretten of pijp rookt, tabak kauwt of snuift, het doet er niet toe hoe de tabak gebruikt wordt, tabak is altijd slecht voor de gezondheid. Bovendien is roken niet alleen ongezond voor degene die rookt, maar ook voor zijn gezelschap. Ook meeroken of 'tweedehands' rook is slecht voor de gezondheid.
De schade die roken aanricht, neemt toe naarmate iemand meer rookt per dag en naarmate iemand meer jaren heeft gerookt. Gemiddeld leven rokers zes tot acht jaar korter dan niet-rokers. Rokers hebben de laatste jaren van hun leven vaak te kampen met ziekten. Gemiddeld brengen ze twaalf jaar van hun leven korter door in goede gezondheid, dan niet-rokers.
Roken verdubbelt de kans op overlijden door een aandoening van hart- of bloedvaten. Er overlijden meer mensen aan een hart- en vaatziekte die door roken veroorzaakt is, dan aan andere aandoeningen door roken, inclusief longkanker. Roken beïnvloedt het risico op hart- en vaataandoeningen op verschillende manieren. Het bevordert de slagaderverkalking in de vaatwanden, het vermindert de hoeveelheid zuurstof in het bloed en het verhoogt de stollingsneiging van het bloed. Deze combinatie van factoren zorgt voor een aanzienlijke stijging van de kans op een hartinfarct, plotselinge hartstilstand, beroerte, ziekte aan het perifere vaatstelsel en atherosclerotische afwijkingen in de aorta of grote lichaamsslagader.

De gezondheidsschade van roken beperkt zich niet tot hart- en bloedvaten. Roken veroorzaakt ook dodelijke ziekten zoals longkanker, kanker aan de bovenste luchtwegen (lippen, tong, mond, keel en strottenhoofd) en blaaskanker, en speelt een belangrijke rol in het ontstaan van chronische longziekten. Niet-fatale ziekten die door roken verergeren, zijn onder andere maagzweren, de ziekte van Crohn (chronische ontstekingen van de dikke darm), ontstoken tandvlees, heupfracturen en grauwe staar.

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten.


Het goede nieuws is dat stoppen met roken op elke leeftijd goed is voor de gezondheid. Zelfs 65-plussers die stoppen met roken, leven langer dan leeftijdgenoten die blijven roken. Voor mensen met slagaderverkalking is stoppen met roken extra belangrijk. Roken bevordert immers zowel de slagaderverkalking als het ontstaan van bloedstolsels op de plaques. Acht weken na het stoppen met roken is de bloedstolling weer normaal. De daling van het risico op hart- en vaatziekten gaat het snelst in de eerste twee à drie jaar na het stoppen, daarna gaat het langzamer. Tien jaar na het stoppen is het risico voor hart- en vaatziekten op dezelfde hoogte als van mensen die nooit gerookt hebben.

Verstoorde vetsamenstelling van het bloed
Tot de vetten behoren zowel cholesterol als triglyceriden die beide worden opgenomen met de voeding. Wat we gewoonlijk vet noemen in onze voeding, is voornamelijk opgebouwd uit triglyceriden, het cholesterol kan ook door het lichaam zelf worden gemaakt in de lever. Hoge gehaltes aan cholesterol (hypercholesterolemie) of triglyceriden (hypertriglyceridemie) in het bloed geven niet direct klachten, maar bevorderen het proces van slagaderverkalking. Op den duur verhogen ze de kans op het krijgen van hart- of vaatziekten.
Voeding, overgewicht, lichaamsbeweging, roken en erfelijke factoren beïnvloeden de concentratie van de verschillende vetten in het bloed. Het cholesterolgehalte in het bloed staat vooral onder invloed van het soort vetten dat we eten, waarbij het eten van cholesterolrijke voedingsproducten maar beperkt effect heeft op dit gehalte. Dat komt omdat ons lichaam ook zelf cholesterol kan maken. Voedingsmiddelen met veel verzadigd vet bevatten vaak ook veel cholesterol. Minder verzadigd vet eten, leidt daardoor ook tot minder cholesterol eten. De nadruk bij een cholesterolverlagende voeding ligt op het beperken van het eten van verzadigde vetten. Mensen met overgewicht hebben vaak een verstoorde vetsamenstelling in het bloed.
Lichaamsbeweging beïnvloedt vooral de vorm waarin cholesterol zich in het bloed bevindt. Door extra lichaamsbeweging stijgt de concentratie van de goede vorm, het zogenaamde HDL-cholesterol. Onder invloed van roken daalt het goede HDL-cholesterol.
In sommige families spelen erfelijke factoren een rol. Mensen met een familiair verhoogd cholesterolgehalte kunnen al op jonge leeftijd veel slagaderverkalking hebben.
Als vastgesteld is dat iemand een te hoog gehalte aan cholesterol of triglyceriden in het bloed heeft, is het voor deze persoon belangrijk om een gezonde leefwijze na te streven. Daarmee kan al een flinke verbetering van de vetsamenstelling van het bloed bereikt worden. De gezonde leefwijze bestaat uit gezond eten en voldoende lichaamsbeweging. Bij een te hoog lichaamsgewicht is het verstandig om af te vallen. Voor iemand die rookt, is stoppen met roken zeer belangrijk. Bij een matig tot sterk verhoogd cholesterolgehalte (meer dan 6,5 mmol per liter) of een hoog risico op hart- en vaatziekte door andere risicofactoren, kan het nodig zijn om ook cholesterolverlagende medicijnen te gebruiken.

Hoge bloeddruk
Een verhoogde bloeddruk leidt niet direct tot klachten. Iemand is niet ziek van hoge bloeddruk. De meeste mensen merken er niets van als de bloeddruk verhoogd is. Ook klachten zoals hoofdpijn en duizeligheid komen zelden voor bij hoge bloeddruk. Hoge bloeddruk kan wel op den duur tot ernstige klachten leiden als gevolg van het beschadigen van de vaatwand en het bevorderen van atherosclerotische veranderingen in de vaatwand. Bij iemand met hoge bloeddruk moet het hart krachtiger samentrekken om het bloed tegen de hoge druk in de bloedvaten te pompen. Wanneer hoge bloeddruk langer bestaat, kan hartfalen ontstaan. Bij hartfalen is de hartspier aangetast en niet meer in staat om te zorgen voor een goede bloedsomloop. Ook kan de vaatwand door de hoge druk in een bloedvat kapot scheuren. Meestal gebeurt dat op een zwakke plek in de vaatwand. Het bloed stroomt dan in de weefsels rondom het kapotte bloedvat, bijvoorbeeld de hersenen. Hoge bloeddruk is een belangrijke risicofactor voor een hersenbloeding.
Om de kans op bovenstaande aandoeningen te verminderen, is het belangrijk om hoge bloeddruk te verlagen. Veranderingen in de leefstijl die zorgen voor een daling van de bloeddruk zijn: afvallen voor mensen met overgewicht, verminderen van de hoeveelheid zout in de voeding, meer lichaamsbeweging, niet roken, matig zijn met het drinken van alcohol en gezond eten. Het kan nodig zijn om daarnaast ook te behandelen met bloeddrukverlagende medicijnen. Het wel of niet behandelen met bloeddrukverlagende medicijnen is afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk, de leeftijd en het hebben van andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten .

Verhoogde stollingsneiging van het bloed
Bloed moet stollen als het uit de bloedvaten stroomt en vloeibaar blijven als het binnen de bloedvaten blijft. Het stollen van het bloed is een ingewikkeld proces van elkaar opvolgende gebeurtenissen. Sommige gebeurtenissen bevorderen de stolling en andere remmen juist de stolling. Onder normale omstandigheden is er een evenwicht tussen factoren die de stolling bevorderen en factoren die de stolling remmen. Tot de factoren die bij het stollen een rol spelen behoren stoffen in het bloed, de bloedplaatjes en de bloedvatwand.
Af en toe gaat het mis en ontstaat er een stolsel of trombus in een bloedvat. Mensen met slagaderverkalking lopen het risico dat het bloed gaat stollen op een beschadigde plaats in de vaatwand. Een andere reden voor het stollen in een bloedvat kan een afwijkende samenstelling van het bloed zijn. Meestal is er dan een tekort aan stollingsremmende stoffen, vaak als gevolg van een erfelijke afwijking. Het bloed kan ook gaan stollen als de bloedstroom is vertraagd of stilstaat. Dat kan bijvoorbeeld voorkomen als gevolg van hartritmestoornissen. Ook in de aders kan de bloedstroom vertraagd zijn en gaan stollen, bijvoorbeeld in een spatader.
Stolsels in een bloedvat kunnen ernstige gevolgen hebben als ze de bloedstroom naar belangrijke organen afsluiten. Mensen met slagaderverkalking hebben een verhoogde kans op stolselvorming in de bloedvaten. Daarom krijgen zij meestal medicijnen die de stollingsneiging van het bloed verminderen. Deze medicijnen kunnen ook worden voorgeschreven bij mensen die om een andere reden een verhoogde kans hebben op stolselvorming in de bloedvaten.

Diabetes mellitus/metabool syndroom
Diabetes mellitus verhoogt het risico op aantasting van de wanden van de bloedvaten. Vaak worden ook de kleinere bloedvaten aangetast, bijvoorbeeld in de ogen (retinopathie), de nieren (nefropathie) of de voeten (diabetische voet). Slagaderverkalking verloopt bij patiënten met diabetes sneller dan bij gezonde mensen. Zij hebben daarom een grotere kans op hart- en vaatziekten. Patiënten met het zogenaamde metabool syndroom hebben meerdere risicofactoren tegelijkertijd, zoals overgewicht, hoge bloeddruk en hoog cholesterolgehalte. Zij hebben een verhoogde kans op het krijgen van diabetes mellitus. Het metabool syndroom staat ook bekend als insulineresistentie-syndroom. De complicaties op het gebied van hart- en vaatziekten kunnen worden tegengegaan door het glucosegehalte in het bloed (bloedsuikergehalte) nauwkeurig onder controle te houden, andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten te bestrijden en overgewicht te voorkomen of af te vallen.

Overgewicht
Het aantal mensen met overgewicht stijgt onrustbarend snel. Zo snel dat men al spreekt van een vetzuchtepidemie. Een van de eerste consequenties van gewichtstoename is een verstoring van de normale werking van insuline. Overgewicht is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van diabetes en het metabool syndroom. Hierdoor neemt bij overgewicht de kans op hart- en vaatziekten toe. Daarnaast verhoogt overgewicht ook de kans op andere aandoeningen, zoals verschillende vormen van kanker, galziekten, rugpijn en klachten van de gewrichten. Vrouwen met overgewicht hebben een grotere kans op onvruchtbaarheid, menstruatiestoornissen en afwijkingen bij de foetus. Mensen die te zwaar zijn, hebben ook vaker ademhalingsproblemen en problemen met bewegen. Soms ontstaan door het overgewicht ook psychische en sociale problemen. Om het risico op ziekten door overgewicht te verminderen, is het niet nodig om af te vallen totdat een 'ideaal' figuur bereikt is. Wanneer iemand met overgewicht erin slaagt om zijn gewicht te verminderen met tien procent, dan boekt hij of zij al een aanzienlijke winst voor zijn gezondheid.

Gebrek aan lichaamsbeweging
Net zoals overgewicht is ook gebrek aan lichamelijke activiteit een groeiend probleem voor de gezondheid. Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking beweegt onvoldoende. Gebrek aan lichaamsbeweging draagt bij aan het ontstaan en de verdere ontwikkeling van slagaderverkalking en bevordert het ontstaan van overgewicht. Lichamelijke inspanning verlaagt de kans op hart- en vaatziekten. Beweging heeft een gunstige invloed op de vetsamenstelling van het bloed, verlaagt de bloeddruk en vermindert de kans op overgewicht. Daarnaast bevordert gebrek aan lichaambeweging het proces van botontkalking (osteoporose) en is er een verband met sommige vormen van kanker (borstkanker) en depressie.

Alcoholmisbruik
Geniet van een glaasje alcohol, maar drink met mate. Eén à twee glaasjes alcohol per dag is goed voor hart- en bloedvaten. Het drinken van meer dan twee glazen alcohol per dag verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Chronisch alcoholmisbruik kan - naast andere gezondheidsproblemen zoals afwijkingen aan de lever - de oorzaak zijn van hartfalen door aantasting van de hartspier. Ook het af en toe drinken van een grote hoeveelheid alcohol op één avond is slecht voor het hart. Het vergroot de kans op het ontstaan van hartritmestoornissen.

Voeding
Ongezonde voeding veroorzaakt jaarlijks bij 38.000 volwassen Nederlanders een hart- of vaatziekte. Voeding beïnvloedt het risico van hart- of vaatziekten via verschillende risicofactoren. Overgewicht ontstaat als iemand meer eet dan hij verbruikt. De vetsamenstelling van het bloed wordt beïnvloed door de vetten in de voeding en het drinken van alcohol. Op de bloeddruk zijn het eten van zout, groenten en fruit en het drinken van alcohol van invloed. Een hoog cholesterolgehalte in het bloed, hoge bloeddruk en overgewicht bevorderen het ontstaan en verergeren van slagaderverkalking. Gezond eten vormt daarom een belangrijk onderdeel in de strijd tegen hart- en vaatziekten.

Stress
Van oudsher is stress in verband gebracht met hartziekten. Stress is echter een vaag begrip. Het heeft te maken met zich opgejaagd voelen, angstig zijn en 's nachts slecht slapen. Dergelijke gevoelens kunnen ontstaan door problemen op het werk of in de familie, door financiële zorgen of nare gebeurtenissen. Mensen die dergelijke problemen hebben of nare gebeurtenissen meemaken, lopen een verhoogde kans op het krijgen van een hartinfarct.
Hoe het komt dat stress een risicofactor vormt voor hart- en vaatziekten, is niet helemaal duidelijk. In wetenschappelijk onderzoek zijn wel aanknopingspunten gevonden. Stress bevordert slagaderverkalking en bevordert de stolling van het bloed. Gevoelens van stress kunnen ook verhinderen dat iemand zijn leefstijl aanpast en gezonder gaat leven. Soms reageren mensen juist op stress met ongezond gedrag, bijvoorbeeld met roken 'tegen de zenuwen' of snoepen om het verdriet te verminderen.
Het is de vraag in hoeverre stress een te beïnvloeden risicofactor is. Iedereen ondervindt stress in zijn leven. Sommige mensen krijgen heel veel stress te verwerken. De een kan beter met stress omgaan dan een ander, bijvoorbeeld omdat hij een optimistisch karakter heeft of omdat hij veel vrienden en familie heeft die hem ondersteunen. Iemand kan wel proberen om zelf invloed uit te oefenen op de oorzaak van de stress. Zoek bijvoorbeeld ander werk als het werk te veel stress oplevert, of probeer het anders te organiseren. Belangrijk is ook om bij problemen steun te zoeken bij mensen in de omgeving.

Niet-beïnvloedbare risicofactoren
Ouder worden
De belangrijkste niet-beïnvloedbare risicofactor is leeftijd. Hoe hoger de leeftijd, hoe groter de kans op een hart- of vaatziekte. Bij mannen begint de stijging al na het 45ste levensjaar, voor vrouwen na het 55ste.

Man zijn
Het aantal mannen dat overlijdt aan een hart- of vaatziekte is ongeveer gelijk aan het aantal vrouwen. Mannen krijgen wel vaker al op jongere leeftijd een hart- of vaatziekte en overlijden ook vaker dan vrouwen op jongere leeftijd aan de gevolgen ervan. Bij vrouwen ontstaan de klachten vaak pas na de overgang.

Hart- en vaatziekten in de familie
In sommige families komen hart- en vaatziekten vaak voor. Vooral als deze ziekten al optreden op jonge leeftijd zijn er vaak erfelijke factoren in het spel. Op erfelijke factoren kunnen we geen of maar beperkt invloed uitoefenen. Bij sommige mensen is bijvoorbeeld het cholesterolgehalte sterk verhoogd door een erfelijke afwijking. Omdat een verhoogd cholesterolgehalte een risicofactor is voor slagaderverkalking, hebben deze mensen een verhoogde kans op een hart- of vaatziekte. Met medicijnen kan hun cholesterolgehalte naar beneden worden gebracht. Door daarbij ook gezond te leven en de wél beïnvloedbare risicofactoren te bestrijden, kan er voor gezorgd worden dat de kans op hart- en vaatziekten niet verder stijgt.

Eerder doorgemaakte hart- of vaatziekte
Mensen die al een hartinfarct of een beroerte hebben doorgemaakt, lopen een verhoogde kans op nieuwe vaatziekten. Dat geldt ook voor mensen met etalagebenen. Deze aandoeningen duiden op een aantasting van de vaten door slagaderverkalking. Die slagaderverkalking beperkt zich niet tot de plaats die leidde tot de aandoening. Hoogstwaarschijnlijk zijn er meer plekken met slagaderverkalking. Deze plekken veroorzaken geen klachten, maar dat kan in de toekomst wel gebeuren. Het is voor mensen die al een hart- of vaatziekte hebben (gehad) dus belangrijk om verergering van slagaderverkalking te voorkomen. Daarmee kunnen zij de kans op een nieuwe hart- of vaatziekte verkleinen en verergering van een bestaande voorkomen.

Nieuwe risicofactoren
Homocysteïne
Het onderzoek naar risicofactoren voor hart- en vaatziekten richt zich ook op het vinden van nieuwe risicofactoren. Het viel onderzoekers op dat kinderen met een aangeboren afwijking in de stofwisseling van homocysteïne, waarbij een heel hoge concentratie homocysteïne in het bloed ontstaat, vaak ernstige vaatproblemen hadden. Ze overleden al op jonge leeftijd aan een hart- of vaatziekte. Daardoor ontstond het idee dat ook een licht verhoogd gehalte aan homocysteïne (hyperhomocysteïnemie) in het bloed de oorzaak van vaatziekten zou kunnen zijn.
Homocysteïne is een aminozuur en aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten. Homocysteïne circuleert in het bloed. Een hoog homocysteïnegehalte is het gevolg van een verstoring van de stofwisseling van homocysteïne. Bij die stofwisseling spelen stoffen uit de voeding wel een belangrijke rol, namelijk foliumzuur en de vitamines B6 en B12. Bij een tekort van één of meer van deze vitamines verloopt de stofwisseling van homocysteïne niet goed. Daardoor kan een tekort aan deze vitamines in de voeding, vooral foliumzuur, leiden tot verhoogde homocysteïnewaarden in het bloed.

Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat hoe hoger het homocysteïnegehalte in het bloed is, hoe groter de kans is op slagaderverkalking. Homocysteïne is dus een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Ook blijkt uit onderzoek dat het homocysteïnegehalte in het bloed kan dalen met behulp van foliumzuurtabletten (foliumzuur is vitamine B11), zo nodig aangevuld met tabletten met vitamine B12 en/of B6. Daarna moet onderzocht worden of het gebruik van tabletten met deze B-vitamines leidt tot een daling van de kans op hart- en vaatziekten. Het is tot nu toe niet aangetoond dat door het slikken van deze vitaminetabletten de kans op hart- en vaatziekten ook daalt. Op dit moment wordt hier nog meer onderzoek naar gedaan. Het is mogelijk dat uit het onderzoek blijkt dat de kans op hart- en vaatziekten niet daalt door het innemen van B-vitamines. Daarom kan het innemen van extra B-vitamines om de kans op hart- en vaatziekten te verminderen, anno 2005, niet worden aangeraden.

Stoffen die een rol spelen bij ontstekingsprocessen
De veranderingen in de vaatwand bij slagaderverkalking gaan gepaard met een soort ontstekingsproces. Tijdens ontstekingen neemt in het bloed de concentratie van stoffen toe die bij dat proces een rol spelen. Eén zo'n stof is een eiwit met de naam plasma C-reactive protein (CRP). Onderzoekers vroegen zich af of een stijging van de concentratie van CRP in het bloed zou wijzen op het opvlammen van het atherosclerotische proces. Daar zijn inderdaad aanwijzingen voor gevonden. Een hoog gehalte aan CRP in het bloed kan duiden op een dreigend hart- of herseninfarct. Verder onderzoek zal nog duidelijk moeten maken in hoeverre het bepalen van CRP kan helpen bij het opsporen van mensen met een hoog risico voor hart- en vaatziekten. Naast crp zijn er ook nog andere stoffen bekend die een rol spelen bij ontstekingsprocessen en waarvan wordt onderzocht of ze kunnen helpen bij het opsporen van een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.




terug verder