Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Bep Franke en dr. Jan Dirk Banga
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Overgewicht

Driekwart van de patiënten met een aandoening aan hart of bloedvaten, weegt te veel. Eén op de tien Nederlanders is véél te dik. Het aantal mensen met overgewicht stijgt. Overgewicht levert verschillende risico's op voor de gezondheid en mensen met overgewicht hebben een grotere kans op complicaties als ze behandeld moeten worden, bijvoorbeeld bij een operatie. Voor de gezondheidszorg is het overgewicht een groeiend probleem.
Overgewicht ontstaat als mensen met het eten meer energie innemen dan ze verbruiken. Naast te veel eten, speelt in de gewichtstoename ook gebrek aan lichaamsbeweging een belangrijke rol. De moderne mens beweegt steeds minder. Korte afstanden worden steeds meer afgelegd met de auto in plaats van met de fiets of lopend. In de vrije tijd is televisie kijken en computeren in de plaats gekomen van lichamelijke activiteiten. Een enkele keer is een lichamelijke afwijking de oorzaak van het overgewicht, bijvoorbeeld een schildklierafwijking.

Liever peren dan appels. Vetophoping in de buik en rond de taille is schadelijker voor de gezondheid dan vetophoping rond de heupen. Daarom wordt naast de Body Mass Index ook de omvang van de taille gebruikt bij het bepalen van het risico van overgewicht.


Redenen die mensen noemen om af te vallen, zijn: een 'slank uiterlijk', 'een betere conditie' en 'goed voor de gezondheid'. Afvallen vergt doorzettingsvermogen, want het lijkt wel alsof het lichaam zich ertegen verzet. Een belangrijk probleem is ook om na het afvallen niet opnieuw aan te komen. Voor blijvend succes moeten de veranderingen in de eetgewoontes gedurende vele jaren in het dagelijkse leven worden toegepast. Extra lichaamsbeweging draagt nauwelijks bij tot het verlies van gewicht, maar helpt wel bij het voorkomen van overgewicht en het opnieuw aankomen na afvallen. Mensen die actief zijn, slagen er beter in om hun nieuw verworven gewicht te handhaven. Wat is een goed gewicht? Hoe ontstaat overgewicht? Wanneer is het verstandig om te gaan afvallen? Hoeveel moet ik afvallen en hoe kan ik dat het beste doen? In dit hoofdstuk vindt u een antwoord op dit soort vragen.

Wat is een goed gewicht?
Wat een goed gewicht is, hangt af van de lichaamslengte. Iemand die groot is, mag meer wegen dan iemand die klein is. Ook de plaats waar het lichaamsvet zich ophoopt, is belangrijk. Vet in de buik geeft meer risico's voor de gezondheid dan vet rond heupen en dijen. En hoe zit het met zware botten? Zware botten hebben maar een geringe invloed op het lichaamsgewicht, hoogstens twee kilo.

Body Mass Index
Of iemand een goed gewicht heeft, kan worden berekend met de Body Mass Index (BMI). De BMI is gelijk aan het lichaamsgewicht (in kilo's) gedeeld door de lichaamslengte (in meters) in het kwadraat (lichaamslengte maal lichaamslengte). Iemand die 68 kilo weegt en 1,70 meter lang is, heeft een BMI van 68 gedeeld door 1,70 maal 1,70 en komt uit op 23,5 kg/m2 (BMI = 68 kg / (1,70 m x 1,70 m) = 23,5 kg/m2).
Een volwassene met een goed gewicht heeft een BMI tussen de 18,5 en de 25 kg/m2. Iemand met een BMI van tussen de 25 en 30 kg/m2 heeft overgewicht en bij een BMI van 30 kg/m2 of meer is er sprake van ernstig overgewicht of obesitas.

Beperkingen BMI
De betekenis van de BMI is vooral in de westerse bevolking uitgezocht. Voor mensen uit Zuidoost-Azië en India is de BMI geen betrouwbare maat. De BMI houdt bovendien alleen rekening met de lichaamslengte en niet met de plaats waar het vet in het lichaam zich heeft opgehoopt. Dat is wel belangrijk om het risico van overgewicht op de gezondheid te bepalen. In aanvulling op de BMI-waarde gebruikt men ook de omtrek van de taille. De tailleomtrek moet gemeten worden op het smalste gedeelte tussen de onderste rib en de bovenkant van het heupbeen. Voor mannen en vrouwen gelden verschillende maten. De hier volgende maten gelden voor mensen van het kaukasische (blanke) ras. Vrouwen hebben een goed gewicht bij een tailleomtrek tot 80 cm. Tussen 80 en 88 cm is de risicogrens nabij. Boven de 88 cm is het lichaamsgewicht te hoog. Mannen hebben een goed gewicht bij een tailleomtrek tot 94 cm. Voor mannen is de risicogrens nabij tussen 94 en 102 cm. Ze zijn te zwaar bij een omtrek van meer dan 102 cm.


Hoe ontstaat overgewicht?
Over dik worden bestaan veel fabeltjes. Bijvoorbeeld: 'Ik word dik van water.' Dat klopt niet. Water bevat geen voedingsstoffen die energie opleveren. Het lichaamsgewicht stijgt als iemand meer energie inneemt met de voeding - dat wil zeggen meer eet - dan hij verbruikt. De ongebruikte energie wordt omgezet in lichaamsvet. Lichaamsvet is een reservebron om tijden van voedselschaarste te overbruggen. Bij overgewicht is de hoeveelheid lichaamsvet te sterk toegenomen.
Eeuwenlang heeft de mens geleefd in een omgeving waarin voedsel schaars was. De mens verzamelde plantaardig voedsel en ging op jacht. Het verwerven van voedsel kostte dus veel energie. De inname van energie was laag en het verbruik hoog.
De laatste honderd jaar is die situatie voor een groot deel van de wereldbevolking omgekeerd. Er is voedsel in overvloed op alle tijden van de dag. De meeste mensen uit onze tijd hoeven zich nauwelijks in te spannen voor het krijgen van voedsel. De inname van energie is dus hoog en het gebruik van energie is laag. Daardoor kost het meer moeite om de energiebalans in evenwicht te houden. Bij een laag energiegebruik en een groot aanbod aan voedsel moeten mensen bewust minder eten om hun gewicht onder controle te houden. Anders ontstaat er overgewicht.

Geleidelijk
Dikker worden gaat heel geleidelijk. In de westerse landen nemen de meeste mensen naarmate ze ouder worden geleidelijk in gewicht toe. Gedurende vele jaren is hun inname van energie net iets hoger dan het verbruik. Vrouwen die bijvoorbeeld gemiddeld 20 kcal per dag (de hoeveelheid energie in een klontje suiker) te veel innemen, worden in een jaar een kilo zwaarder. Als je eenmaal overgewicht hebt, neemt het gewicht sterker en sneller toe.
Wanneer het lichaamsgewicht stijgt, neemt ook het gebruik van energie toe. Om een groter lichaam te onderhouden, is meer energie nodig. Voor iemand met een hoger lichaamsgewicht kost lichamelijke activiteit ook meer energie. Op die manier wordt de te hoge inname van energie enigszins gecompenseerd door een hoger energiegebruik. Omgekeerd geldt bij afvallen dat het lichaam zich instelt op een lager energiegebruik. Daardoor lijkt het wel alsof het lichaam zich verzet tegen het afvallen.

Wanneer moet ik gaan afvallen?
Hoe ernstiger het overgewicht is, hoe groter de kans op problemen met de gezondheid. Of het voor iemand nu wel of niet verstandig is om te gaan vermageren, hangt af van de BMI en de omvang van de taille. Mensen met een BMI van 25 kg/m2 of minder hebben een goed gewicht en hoeven dus niet af te vallen. Mensen die een BMI hebben tussen de 25 tot 30 kg/m2 komen in de gevarenzone. Als ze verder gezond zijn en geen risicofactoren hebben voor hart- en vaatziekten, dan is het advies om te zorgen dat het gewicht niet verder stijgt. Ze krijgen het advies om wel af te vallen als ze een tailleomvang van meer dan 80 cm hebben (voor vrouwen) of meer dan 94 cm (voor mannen). Ook is het verstandig voor hen om wel af te vallen als ze twee of meer andere risicofactoren hebben. Het gaat hierbij om de volgende risicofactoren:
- roken
- hoge bloeddruk
- andere klachten door overgewicht
- het in de familie vaak voorkomen van overgewicht, insulineresistentie of diabetes mellitus type 2
- het vaak voorkomen in de familie van hart- en vaatziekten op jonge leeftijd (leeftijd voor mannen beneden de 45 jaar en voor vrouwen beneden de 55 jaar).
Voor mensen die een BMI van 30 kg/m2 of meer hebben, is het altijd aan te bevelen om af te vallen.

Wat kan ik bereiken met afvallen?
Het is niet de bedoeling om te streven naar een ideaal gewicht. Wanneer iemand met overgewicht er in slaagt om zijn gewicht te verminderen met tien procent, dan boekt hij al een aanzienlijke winst voor zijn gezondheid. Voor mensen met zeer ernstig overgewicht (obesitas) ligt dit percentage voor gewichtsvermindering hoger, ongeveer 20 tot 25 procent. Afvallen heeft een gunstige invloed op de insulineresistentie. De kans op het krijgen van diabetes mellitus type 2 daalt. Voor iemand die al diabetes mellitus type 2 heeft, daalt de hoeveelheid medicijnen die hij voor zijn diabetes moet gebruiken. Afvallen heeft een gunstige invloed op risicofactoren voor hart- en vaatziekten: de bloeddruk en het cholesterolgehalte dalen.


Niet jojoën
Goed afvallen is geleidelijk afvallen. Voor een vermindering van tien procent van het lichaamsgewicht rekent men een half jaar. Iemand die 120 kilo weegt, zou 12 kilo moeten afvallen in 26 weken. Om dat te bereiken, moet zijn gewicht met bijna een halve kilo per week afnemen. Na het bereiken van het gewenste gewicht is het een grote uitdaging om niet opnieuw aan te komen. Het is niet eenvoudig om het bereikte gewicht te handhaven. Het lichaam verzet zich tegen afvallen en richt zich op het weer teruggaan naar het oorspronkelijke gewicht. Het beruchte jojoën, het sterk schommelen van het gewicht, dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Na het afvallen zijn de volgende drie tot zes maanden gericht op het handhaven van het gewicht. Als het in die tijd lukt om niet opnieuw aan te komen, kan zonodig een volgende periode van afvallen starten.

Diëten
Als iemand een voeding neemt die minder energie bevat dan hij verbruikt, valt hij af. 'Ieder pondje gaat door het mondje' is een cliché dat weliswaar klopt, maar weinig steun biedt om af te vallen. Afvallen door meer energie te verbruiken, meer te gaan bewegen, levert slechts een gewichtsverlies op van 100 gram per week. Extra lichamelijke activiteit als enige manier om af te vallen, is dus niet voldoende.
Hoeveel energie iemand dagelijks gebruikt, hangt af van persoonlijke omstandigheden zoals leeftijd en hoeveelheid lichamelijke inspanning. De voedingsstoffen die energie leveren zijn vet, koolhydraten, eiwit en alcohol. Het maakt voor het gewicht niet uit welke voedingsstoffen de calorieën leveren. Elke calorie telt. In vermageringsdiëten kan de energie-inname worden beperkt door van alle energieleverende stoffen minder te eten. Dit dieet lijkt het meest op het normale eetpatroon. Het voordeel daarvan is dat men dit dieet ook op de lange duur kan blijven volhouden.
Een andere methode is het heel sterk beperken van één voedingsstof. Zo bevatten het Atkins-dieet en het Mayo-dieet veel vet en eiwit, en weinig koolhydraten. Om af te vallen, moet ook in deze diëten de totale inname van energie lager zijn dan men gewend was. Dit soort diëten kan men wel gebruiken om af te vallen, maar voor de lange duur zijn het geen gezonde voedingen. Ze bevatten te weinig groenten en fruit en hebben een ongunstige invloed op het cholesterol- en triglyceridengehalte in het bloed.
Een derde manier om af te vallen bestaat uit het vervangen van een deel van de maaltijden door een voorgeprogrammeerde, vaststaande hoeveelheid voeding: de zogenaamde maaltijdvervangers. Het voordeel van deze maaltijdvervangers is dat het snel resultaat oplevert en dat iemand niet hoeft te rekenen met calorieën. Het nadeel is dat er weinig ruimte is voor persoonlijke voorkeuren en tussendoortjes. Bovendien biedt deze methode weinig mogelijkheden om te experimenteren met het zelf samenstellen van een gezonde voeding. Er wordt weinig geleerd en de kans bestaat dat men na verloop van tijd weer terugvalt op de oude manier van eten. Er is daarmee geen blijvende verandering in de voeding ontstaan.
Valt men van het éne dieet nu sneller af dan van het andere? In wetenschappelijk onderzoek is het effect van verschillende vermageringsdiëten met elkaar vergeleken. Hieruit blijkt dat vooral de beperking in de energie-inname belangrijk is. Voor het afvallen maakt het niet uit met welk dieet men dat doet.

Onzinverhalen
Op het gebied van vermageringsdiëten bestaan veel onzinverhalen. Zo wordt er bijvoorbeeld beweerd dat men kan afvallen door het eten van negatieve calorieën. Dat zijn calorieën waarvan het verbranden meer kost dan het aan energie oplevert. Dus als iemand veel van deze negatieve calorieën eet, valt hij af. Maar negatieve calorieën bestaan niet.
Er bestaan nog meer diëten waarvan de werkzaamheid niet duidelijk is. Bij het bloedgroepdieet gaat men er bijvoorbeeld van uit dat de bloedgroep van iemand bepalend is voor wat hij beter wel en niet kan eten. Weer een ander dieet - het detox-dieet - legt de schuld van het niet verbranden van vetten - en daardoor aankomen - bij chemicaliën die oplossen in de lichaamsvetten. De onderliggende gedachte bij al dit soort diëten berust niet op wetenschappelijk onderzoek. Afvallen kan alleen door de totale inname van energie te beperken.

Overigens zijn er in winkels, via internet en postorderbedrijven ook tientallen middelen te koop waarvan beweerd wordt dat je ervan afvalt. Het gaat daarbij om middelen waarvan beweerd wordt dat ze het lichaamsvet of de lichaamseiwitten oplossen, laxerend werken of de stofwisseling stimuleren. Daarnaast zijn er ook nog zwelmiddellen. Zwelmiddelen zwellen op in de maag, wat bij de gebruiker ervan een vol gevoel veroorzaakt en de honger laat verdwijnen. In advertenties beloven dit soort middelen veel succes, de kilo's vliegen eraf, maar het zijn producten waarvan de werking niet is aangetoond.
Wondermiddelen bestaan niet. Als het wel zo was, dan zou overgewicht geen probleem zijn. Laxerende middelen kunnen op den duur zelfs risico opleveren voor de gezondheid.

De rol van extra lichaamsbeweging
Met een hoog niveau van lichamelijke activiteit is het eenvoudiger om ervoor zorgen dat de kilo's na het afvallen niet terugkomen. Ná het afvallen heeft iemand - door het lagere lichaamsgewicht - minder energie nodig voor het onderhoud van zijn lichaam dan vóór het afvallen. Extra lichamelijke activiteit kan compenseren voor de afname van de energie voor het dagelijkse onderhoud van het lichaam. Belangrijk om het energieverbruik op peil te houden, zijn vooral de activiteiten met een relatief lage intensiteit die lang kunnen worden volgehouden. Verhoging van de dagelijkse hoeveelheid activiteit door bijvoorbeeld fietsen naar school of werk, of stevig doorwandelen, zorgen ervoor dat de spieren in goede conditie blijven en dat iemand zich fit blijft voelen. Het gaat er hierbij om, de totale duur van deze activiteiten te verlengen. Voor mensen met overgewicht die na een periode van afvallen willen vermijden dat ze weer aankomen, is 60 tot 90 minuten matig intensieve activiteit per dag nodig om gewichtstoename te voorkomen.

Strategieën om af te vallen
1. Neem de uitdaging op, begin en geef de moed niet op als je een dag te veel gegeten hebt.
Maak een plan. Motiveer jezelf door de voordelen van afvallen op te schrijven, bijvoorbeeld jezelf makkelijker kunnen bewegen en er beter uitzien. Kijk daarna naar de minder leuke kanten zoals tijd vinden om meer te bewegen en minder toegeven aan trek in eten.
2. Zoek steun. Je moet wel zelf de verantwoording nemen voor het afvallen, maar steun van familieleden of bekenden die je aanmoedigen en naar je luisteren op moeilijke momenten, verhoogt de kans van slagen. Je kunt jezelf ook aansluiten bij een groep of professionele ondersteuning zoeken bij een diëtist.
3. Wees realistisch en probeer niet meer dan één à twee pond per week af te vallen.
Kijk niet alleen naar het gewichtsverlies, maar ook naar de geleverde prestaties: is het gelukt om minder te eten en hoeveel heb je gesport? Houd eventueel een dagboek bij met wat er gegeten is en de hoeveelheid tijd die aan lichaamsbeweging is besteed. Dat biedt ook de mogelijkheid om gewoonten onder de loep te nemen en jezelf te corrigeren.
4. Leer te genieten van gezond eten. Vermageringsdiëten met een vreemde samenstelling aan voedingsmiddelen en dieetpillen zijn af te raden. Diëten met een extreem lage energie-inhoud kunnen maar korte tijd gevolgd worden. Om af te vallen moet de totale energie-inname wel dalen. Zorg dat de voedingsveranderingen in het dagelijkse leven passen.
5. Neem regelmatig extra lichaamsbeweging en doe het zoveel mogelijk. Kies bij iedere activiteit voor de meest inspannende variant: neem de trap, zet de auto een paar straten verwijderd van het werk en loop het laatste stuk, maai het gras met een handmaaier en niet elektrisch, maak een wandeling tijdens de lunchpauze of 's avonds, enz.
6. Verander je leefstijl permanent. Een paar weken of maanden gezond eten en meer bewegen is niet voldoende. Neem de leefstijl kritisch onder de loep en kijk waar en hoe je permanent veranderingen kunt maken. Zijn er momenten waarop je het eten niet kan laten, bijvoorbeeld als je 's avonds televisie kijkt of als je jezelf verveelt? Moet het bord altijd leeg zijn na het eten? Welke levensmiddelen worden ingekocht en hoe wordt het eten klaargemaakt?

Vermageren in groepsverband
Veel mensen vinden het prettig om bij het afvallen ondersteuning en motivatie te ondervinden van anderen. Iemand die wil afvallen, kan begeleiding zoeken bij een diëtist of gewichtsconsulent. De begeleiding kan persoonlijk of in groepsverband zijn. Er zijn verschillende organisaties die mogelijkheden bieden om te vermageren in groepsverband, zoals de Thuiszorg en diverse commerciële organisaties. Lotgenotencontact kan behulpzaam zijn bij het behalen en handhaven van gewichtverlies. De Weight Watchers bieden een cursusprogramma aan met bijeenkomsten, het zogenaamde FlexiPoints Programma. Aan alle voedingsmiddelen zijn punten toegekend. Het aantal toegekende punten is afhankelijk van het energiegehalte. De energie-inname wordt gecontroleerd door punten op te tellen. Iemand kan punten aftrekken door meer te bewegen. De begeleiding bij de Weight Watchers wordt gegeven door mensen die zelf met succes de methode hebben gevolgd.

Medicijnen en operatie
Twee medicamenten die een steuntje in de rug kunnen vormen bij het afvallen zijn orlistat en sibutramine. In combinatie met een energiebeperkende voeding en meer lichaamsbeweging verhogen deze medicamenten het gewichtsverlies met gemiddeld twee tot vijf kilo. Orlistat (xenical, verkrijgbaar in capsules met 120 mg) verlaagt de opname van vetten in de darmen. De slechte vetopname in de darmen zorgt ook voor het ontstaan van de belangrijkste bijwerkingen. Eén op de vijf mensen die het middel gebruikt, krijgt last van vetachtige lekkage uit de anus, sterke aandrang tot ontlasting of incontinentie van ontlasting. De bijwerkingen treden vooral op na het eten van vette voedingsmiddelen. Sibutramine (reductil, verkrijgbaar in capsules met 10 mg en 15 mg) remt de eetlust. De belangrijkste bijwerkingen van dit laatste medicijn zijn obstipatie, een droge mond en slapeloosheid. Orlistat en sibutramine zijn alleen op recept verkrijgbaar.

Operatie
Voor chirurgische behandeling komen alleen mensen met extreem overgewicht in aanmerking. Bij deze vorm van behandelen worden verschillende operatietechnieken gebruikt.
Zo kan de operatie bestaan uit het leggen van een bandje rond de maag (maagbandoperatie). Zo'n bandje rond de maag zorgt ervoor dat men minder kan eten. Er ontstaat sneller een vol gevoel. Datzelfde gebeurt ook als de maag kleiner wordt gemaakt door een operatie.
Een derde methode bestaat uit het maken van een omleiding in de darmen. Na het aanleggen van een dergelijke bypass passeert het voedsel slechts een deel van het maagdarmkanaal. Daardoor neemt de opname van voedingsstoffen uit het voedsel af.
De resultaten van de operaties zijn in het algemeen goed. Zoals bij alle operaties geeft het maken van een bypass, maagverkleining of maagbandoperatie, een kans op het optreden van complicaties door de operatie. Daarnaast bestaan er ook methoden die het eten verhinderen, zoals het plaatsen van een ballon in de maag. Een maagballon zorgt voor een vol gevoel en kan helpen om een streng dieet vol te houden. Liposuctie ten slotte, is een operatie waarbij men het vet onder de huid wegzuigt. Deze ingreep dient vooral om er fraaier uit te zien, maar wordt niet gebruikt (en is zelfs gevaarlijk) als methode om af te vallen.




terug verder