ACE-remmer Geneesmiddel dat de werking van het angiotensine converting enzyme remt en daardoor een bloedvatverwijdende effect heeft. Wordt vooral gebruikt bij de behandeling van hoge bloeddruk. | |
Acetylsalicylzuur De werkzame stof in aspirine. | |
Ader Een bloedvat voor het vervoer van bloed van de verschillende lichaamsdelen naar het hart. | |
Afasie Letterlijk: geen-spraak. Taal- en/of spraakstoornis ten gevolge van een hersenbeschadiging, bijvoorbeeld na een beroerte. Hierbij onderscheidt men onder meer de motorische afasie (hierbij weet de patiënt nog wel wat hij wil zeggen, maar kan de woorden nie | |
Alteplase Een middel dat een bloedstolsel weer kan oplossen. | |
Amaurosis fugax Tijdelijke blindheid aan een oog. | |
Aneurysma Een abnormale verwijding in een slagader of het hart. Onder invloed van hoge bloeddruk kan een aneurysma scheuren. | |
Angiogram Röntgenfoto van een bloedvat. Door in het bloedvat een stof in te spuiten (een onschadelijk contrastmiddel) die röntgenstralen tegenhoudt, worden het verloop van het bloedvat en eventueel aanwezige vernauwingen zichtbaar gemaakt. | |
Anticoagulantia Bloedverdunners; medicijnen die ervoor zorgen dat het bloed minder snel stolt. | |
Aorta De grote lichaamsslagader, die vanuit de linker hartkamer ontspringt. | |
Apoplexie Een verouderde term voor hersenbloeding. | |
Apraxie Een geheel of gedeeltelijk onvermogen om bepaalde handelingen uit te voeren zonder dat er sprake is van een verlamming (zoals het niet meer weten hoe men een broek aan moet trekken of waar een vork voor dient). Dit kan het gevolg zijn van een hersenbescha | |
Arterie carotis communis Halsslagader; slagader aan de voorkant van de hals waardoor bloed stroomt naar de hersenen. | |
Arterie carotis interne de aftakking van de halsslagader die de schedel induikt. | |
Arterie cerebri Hersenslagader is grote slagader in de hersenen. | |
Arterie vertebralis Wervelslagader, slagader voor het vervoer van bloed naar de hersenen. De wervelslagaders lopen aan de achterkant van de hals. | |
Aspiratie Het vanuit de slokdarm in de longen terechtkomen van vloeistof of vast voedsel tijdens de inademing. | |
Aspireren Het voedsel loopt vanuit de slokdarm terug in de keel en komt met het ademhalen in de longen terecht. | |
Ataxie Stoornis van de coördinatie van de spieren als gevolg van een aandoening van de hersenen. Een coördinatiestoornis van de spieren van de benen leidt tot een loopstoornis die als 'stuurloos' wordt ervaren. | |
Atherosclerose Slagaderverkalking of het nauwer worden van de slagaders door afzetting van vetachtige stoffen in de vaatwand. | |
Atherosclerotische plaque Verdikte plaats in de wand van een slagader door een opeenhoping van vetachtige stoffen. | |
Atriumfibrilleren Hartritmestoornis waarbij de boezem van het hart onregelmatig samentrekt. | |
Attaque Een verouderde term voor beroerte. | |
Bètablokkers Een groep van medicijnen die de bloeddruk verlagen en het hartritme iets vertragen. | |
Bloeding, intracerebrale Hersenbloeding waarbij het bloed in het hersenweefsel stroomt. | |
Bloeding, subarachnoïdale Hersenbloeding waarbij het bloed tussen de hersenvliezen stroomt. | |
Bloedstolsel Samenklontering van bloedcellen aan de binnenkant van een bloedvat. | |
Bloedverdunners Medicijnen die ervoor zorgen dat het bloed minder snel stolt. | |
Botulinetoxine Medicijn waarmee spieren tijdelijk en gedeeltelijk verlamd kunnen worden. | |
Calciumantagonisten Een groep van medicijnen die de bloeddruk verlagen en de bloedvaten iets verwijden. | |
Carotisdissectie Scheurtje in de binnenste laag van de bloedvatwand in een van de halsslagaders. Een carotisdissectie kan de oorzaak zijn van een beroerte. | |
Cerebellum De kleine hersenen, gelegen achter en onder de grote hersenen. De kleine hersenen zijn betrokken bij de coördinatie van de spierbewegingen en het evenwicht. | |
Cerebrovasculair accident Plotselinge functiestoornis van een deel van de hersenen als gevolg van een afsluiting van een bloedvat (herseninfarct) of een hersenbloeding. Wordt ook wel een CVA of een beroerte genoemd. | |
Cholesterol Vetachtige stof die door het bloed circuleert Cholesterol wordt normaal in het lichaam aangemaakt en zit in onze voeding. Cholesterol vervult in het lichaam diverse belangrijke taken en is nodig voor de opbouw van de celwanden. Een teveel aan cholesterol | |
Cholesterol-syntheseremmers Stoffen die de aanmaak van cholesterol in de lever beperken, door daar de werking van het enzym HMG-COA-reductase, nodig voor de aanmaak van cholesterol, af te remmen. Worden ook wel statines genoemd. | |
Cirkel van Willis De verbindingsvaten aan de basis van de hersenen tussen de grote slagaders die bloed vervoeren naar de hersenen. | |
Clippen Behandeling van een aneurysma door middel van het plaatsen van een klemmetje. | |
Clopidogrel Een medicijn dat de bloedstolling beïnvloedt via de bloedplaatjes. | |
Coilen Het aanbrengen van een spiraaltje in een aneurysma, waardoor in het aneurysma een stolsel ontstaat. | |
Collaberen Flauwvallen. Situatie waarbij de hersenen niet genoeg zuurstof of voedingsstoffen krijgen door een tijdelijke afname van de doorbloeding. | |
Computer Tomografie Een speciale röntgentechniek om foto's (scans) te kunnen maken van dwarsdoorsneden van organen en waarmee de verschillende weefselsoorten goed van elkaar onderscheiden kunnen worden. | |
Contractuur Samentrekking van weefsel rond een gewricht, waardoor dit gewricht in een dwangstand komt te staan. | |
Coumarine Boedverdunnend medicijn. | |
CT Computer Tomografie, een speciale röntgentechniek om foto's (scans) te kunnen maken van dwarsdoorsneden van organen en waarmee de verschillende weefselsoorten goed van elkaar onderscheiden kunnen worden. | |
CVA Afkorting van cerebrovasculair accident; een plotselinge functiestoornis van een deel van de hersenen als gevolg van een afsluiting van een bloedvat (herseninfarct) of een hersenbloeding. Wordt ook wel beroerte genoemd. | |
Decubitus Doorliggen, het ontstaan van weefselbeschadiging door langdurige druk op de huid waardoor de bloedvaten worden dichtgedrukt. | |
Diabetes mellitus Suikerziekte. Stoornis in de suikerstofwisseling waarbij er door de alvleesklier onvoldoende insuline wordt afgegeven en waardoor de hoeveelheid bloedsuiker (glucose) in het bloed te hoog is. Dit leidt tot het verlies van suiker en veel water via de niere | |
Diastolische bloeddruk De onderwaarde van de bloeddruk: de (laagste) druk in de slagaders op het moment dat het hart geen bloed uitpompt en een nieuwe hoeveelheid bloed uit de longen ontvangt. | |
Diep veneuze trombose Het ontstaan van bloedstolsels in de diepe aders van de benen. | |
Dipyridamol Medicijn dat de bloedstolling beïnvloedt door middel van het remmen van de mogelijkheid van de bloedplaatjes om samen te klonteren tot een stolsel. | |
Diuretica Medicijnen die de nieren stimuleren tot het verwijderen van extra vloeistof uit het bloed, met als doel een teveel aan vocht uit het lichaam te verwidjeren en/of de bloeddruk te verlagen. | |
Dotteren Behandeling van een vernauwd gedeelte van een slagader (meestal een kransslagader van het hart) ook PTCA (percutane transluminale coronaire angioplastiek) genoemd. Bij de behandeling wordt een dunne katheter vanuit de lies via de slagaders opgeschoven naa | |
Drop attack Het plotseling voorover vallen, zonder dat er sprake is van bewustzijnsverlies. | |
Duplex Onderzoek van de bloedvaten met geluidsgolven. | |
Duplexscanner Apparaat waarmee door middel van geluidsgolven organen binnen het lichaam op een beeldscherm zichtbaar gemaakt kunnen worden. Wordt ook gebruikt om tijdens de zwangerschap de vrucht te bekijken. | |
Dysartrie Een spraakstoornis door problemen met het bewegen van de spieren van de mond, tong en keel, waardoor de spraak slecht verstaanbaar wordt. | |
Embolie Een prop van bloedcellen of soms vetachtige stoffen of een luchtbel in de bloedbaan. Een embolie kan de oorzaak zijn van een blokkade in een slagader en veroorzaakt dan een infarct. Als een embolie via een ader in de longen terechtkomt, is er sprake van e | |
Epilepsie Staat bekend als 'vallende ziekte'. Hersenziekte die zich kenmerkt door aanvallen van ongecontroleerde overmatige activiteit van bepaalde delen van de hersenen, waardoor toevallen kunnen ontstaan. Deze kunnen zich voordoen in diverse vormen, zoals spiertr | |
Flauwvallen Situatie waarbij de hersenen niet genoeg zuurstof of voedingsstoffen krijgen door een tijdelijke afname van de doorbloeding. | |
Frontaalkwab Voorhoofdskwab; het aan de voorzijde gelegen deel van de hersenen, dat onder meer van belang is voor het nemen van beslissingen en het regelen van gedrag. | |
Geheugenverlies, tijdelijk Geheugenverlies waarbij iemand gedurende enkel uren niets meer kan onthouden. | |
Glucose Druivensuiker; het kleinst mogelijke koolhydraat. Circuleert in het bloed en heet daarom ook wel bloedsuiker. Glucose is van essentiëel belang voor het goed functioneren van de energievoorziening in het lichaam. | |
Halfzijdige verlamming Een verlamming van een kant van het lichaam. | |
Halsslagader Slagader aan de voorkant van de hals waardoor bloed stroomt naar de hersenen. | |
Hemianopsie Uitval van een deel van het gezichtsveld door hersenbeschadiging. | |
Hemiplegie Halfzijdige verlamming, een verlamming van een kant van het lichaam, als gevolg van een hersenaandoening (beroerte, tumor, trauma). | |
Hemisfeer Hersenhelft, in de betekenis van linker- of rechterhelft van de grote hersenen. | |
Hersenbalk De zenuwbaan die de verbinding vormt tussen de linker- en de rechterhelft van de grote hersenen. | |
Hersenen, kleine Deel van de hersenen dat gelegen is achter en onder degrote hersenen. Ze zijn betrokken bij de coördinatie van spierbewegingen en het evenwicht. | |
Herseninfarct Een beroerte als gevolg van een afsluiting van een slagader in de hersenen, waardoor een deel van de hersenen als gevolg van zuurstoftekort afsterft. | |
Hersenoedeem Zwelling van de hersenen door het lekken van vocht uit de bloedvaten in het hersenweefsel, veroorzaakt door een beschadiging van de bloedvatwand. | |
Hersenstam Deel van de hersenen, gelegen tussen het ruggenmerg en de grote hersenen. | |
High Density Lipoproteïne Een van de drie typen lipoproteïnen (een koppeling tussen een vet en een eiwit) of transportdeeltjes voor vetten (onder meer cholesterol) in het bloed. Dit gunstige type transportdeeltje voert overtollig cholesterol (zie HDL-cholesterol) af, onder meer va | |
Homocysteïne Stof die ontstaat bij de stofwisseling van eiwitten. Een verhoogd homocysteïnegehalte in het bloed is een risicofactor voor beroertes. | |
Hypertonie Verhoogde spanning van de spieren. | |
Hypoglycemie Te laag glucosegehalte van het bloed. Dit kan bij mensen met suikerziekte het gevolg zijn van te weinig eten na het per injectie toedienen van insuline. Bij mensen zonder suikerziekte kan hypoglycemie soms enkele uren na een maaltijd optreden als gevolg v | |
Insuline Hormoon dat in de alvleesklier wordt gemaakt en ervoor zorgt dat glucose (bloedsuiker) vanuit het bloed de cellen in de weefsels in kan gaan en daar gebruikt kan worden voor de verbranding of als reservevoorraad kan worden opgeslagen. Insuline zorgt er oo | |
Intracerebrale bloeding Hersenbloeding waarbij het bloed in het hersenweefsel stroomt. | |
Kernen Groepen zenuwcellen met een eigen taak. | |
Kleine hersenen Deel van de hersenen gelegen achter en onder de grote hersenen. Ze zijn betrokken bij de coördinatie van spierbewegingen en het evenwicht. | |
Laparoscopie Het via de buikwand met een holle buis in de buikholte kijken en daar indien nodig een operatieve ingreep verrichten. | |
Locked-in-syndroom Syndroom dat kan ontstaan na een infarct in de hersenstam. De patiënt is volledig verlamd, alleen de ogen kunnen nog bewegen. | |
Low Density Lipoproteïne Een van de drie typen lipoproteïnen (een koppeling tussen een vet en een eiwit) of transportdeeltjes voor vetten (ondermeer cholesterol) in het bloed. Dit type transportdeeltje voert overtollig cholesterol (zie LDL-cholesterol) af, onder meer vanuit de bl | |
Lumbaalpunctie Door middel van een dunne naald (ruggenprik) aftappen van hersenvocht uit het ruggenmergkanaal. | |
Ménière, ziekte van Aandoening van het binnenoor, waarbij zowel het slakkenhuis als het evenwichtsorgaan zijn betrokken en waardoor zowel gehoorverlies optreedt als (draai)duizeligheid ontstaan. | |
Migraine Hoofdpijn in aanvallen die ontstaat door een tijdelijke verkramping van de bloedvaten in de hersenen, voorafgegaan door of gepaard gaand met misselijkheid en soms braken. | |
Motorische schors Gebied in de grote hersenen dat de bewegingen van de spieren aanstuurt. | |
MRI Afkorting van Magnetic Resonance Imaging. Het maken van een scan die gebruikt maakt van magneetvelden, waardoor deze onderzoekmethode volstrekt onschadelijk is en daardoor binnen een kort tijdbestek zonder problemen herhaald kan worden. Een MRI is bij uit | |
Multiple sclerose Chronisch verlopende ontsteking van zenuwen in de hersenen en het ruggenmergkanaal, welke verloopt in episoden met verergering en verbetering. De ziekteverschijnselen hangen sterk af van de plaats van de ontstekingsverschijnselen. Vaak voorkomende verschi | |
Neglect Neurologische stoornis in de hersenen, waardoor iemand zich niet bewust is van één kant van zijn lichaam en niets waarneemt uit de omgeving aan één kant van zijn lichaam. Ook wel verwaarlozing genoemd. | |
Occipitaal kwab Het achterste deel van de grote hersenen. | |
Occipitaalkwab Achterhoofdskwab, het aan de achterkant gelegen deel van de grote hersenen, onder meer van belang voor de verwerking van de informatie die ons via de ogen bereikt. | |
Paraesthesie Gevoelsstoornis die gepaard gaat met een prikkelend of tintelend gevoel. | |
Pariëtaal kwab Wandbeenkwab; het deel van de grote hersenen, gelegen aan de zijkant van de hersenen. | |
Plaatjesremmers Medicijnen die het samenklonteren van de bloedplaatjes beïnvloeden. | |
Progressive stroke Een geleidelijke verergering van de symptomen van een beroerte. | |
Schors, sensibele Gebied in de grote hersenen waar de informatie vanuit de huid, de gewrichten en de spieren binnenkomt. | |
Sensibele schors Gebied in de grote hersenen waar de informatie vanuit de huid, de gewrichten en de spieren binnenkomt. | |
Slagader Bloedvat waarin bloed stroomt vanaf het hart naar de verschillende lichaamsdelen. | |
Slagaderverkalking Het nauwer worden van de bloedvaten door opslag van vetachtige stoffen in de vaatwand. | |
Statines Cholesterolsyntheseremmers, stoffen die de aanmaak van cholesterol in de lever beperken, door daar de werking van het enzym HMG-COA-reductase, nodig voor de aanmaak van cholesterol, af te remmen. | |
Stent Verend buisje in een bloedvat waarmee de wand van het bloedvat enigszins naar buiten wordt geduwd om een vernauwing in een bloedvat op te heffen. | |
Stroke Engelse term voor beroerte. | |
Stroke unit Speciale afdeling voor de zorg van patiënten met een beroerte. | |
Subarachnoïdale bloeding Hersenbloeding waarbij het bloed tussen de hersenvliezen stroomt. | |
Syndroom van Wallenberg Combinatie van uitvalsverschijnselen door een infarct in de hersenstam. | |
Systolische bloeddruk De bovenwaarde van de bloeddruk: de (hoogste) druk in de slagaders op het moment dat het hart een nieuwe hoeveelheid bloed uitpompt. | |
Temporaalkwab Slaapkwab, het aan de zijkant gelegen deel van de hersenen, die onder meer van belang is om aanwezige informatie uit het geheugen op te diepen. | |
TIA Afkorting voor transient ischaemic attack, een tijdelijke uitval van de functie van een deel van de hersenen als gevolg van een tijdelijke, kortdurende afsluiting van de bloedstroom in een bloedvat. Een TIA is vaak een voorbode van een permanente afsluiti | |
Tijdelijk geheugenverlies Geheugenverlies waarbij iemand gedurende enkel uren niets meer kan onthouden. | |
Transient Ischaemic Attack Een tijdelijke uitval van de functie van een deel van de hersenen als gevolg van een tijdelijke, kortdurende afsluiting van de bloedstroom in een bloedvat. Een TIA is vaak een voorbode van een permanente afsluiting (zie CVA). | |
Trombolyse Het oplossen van een bloedstolsel. | |
Trombose Aandoening vaarbij het bloed stolt aan de binnenkant van een bloedvat. Er ontstaat een bloedstolsel dat de doorgankelijkheid van het bloedvat verkleint of zelfs helemaal afsluit. Een bloedstolsel kan van de wand loslaten en via de bloedstroom versleept wo | |
Trombose, diep veneuze Het ontstaan van bloedstolsels in de diepe aders van de benen. | |
Trombus Een samenklontering van bloedcellen aan de binnenkant van een bloedvat. | |
Vaatlijden Slagaderverkalking is een belangrijke oorzaak van verschillende aandoeningen van hart en bloedvaten. Bij slagaderverkalking zijn de wanden van de slagaders plaatstelijk verhard en verdikt. | |
Verwaarlozing Neglect; situatie waarbij iemand zich niet bewust is van één kant van zijn lichaam en hij niets waarneemt uit de omgeving aan een kant van zijn lichaam. | |
Wallenberg, syndroom van Combinatie van uitvalsverschijnselen door een infarct in de hersenstam. | |
Wandbeenkwab Deel (aan de zijkant) van de grote hersenen. | |
Wervelslagader Slagader voor het vervoer van bloed naar de hersenen. De wervelslagaders lopen aan de achterkant van de hals. | |
Willis, Cirkel van De verbindingsvaten aan de basis van de hersenen tussen de grote slagaders die bloed vervoeren naar de hersenen. | |
Ziekte van Ménière Aandoening van het binnenoor, waarbij zowel het slakkenhuis als het evenwichtsorgaan zijn betrokken en waardoor zowel gehoorverlies optreedt als (draai)duizeligheid ontstaan. | |