| Trefwoord |
Omschrijving |
Gerelateerde thema's |
| A- | Voorvoegsel dat 'niet-' betekent of het tegenovergestelde aangeeft, zoals asociaal 'niet-sociaal' betekent, en amenorroe 'niet-menstrueren'. | |
| A-delta vezels | ‘Dikke’ zenuwvezels waar de pijnprikkel wordt voortgeleid. De snelheid van voortgeleiding is hoger dan bij de C-vezels. | Chronische pijn |
| Aambeeld | Middelste van de drie gehoorbeentjes in het middenoor waar langs de geluidstrillingen vanaf het trommelvlies naar het binnenoor worden doorgegeven. Hier wordt de geluidsinformatie door zenuwcellen (zintuigcellen) opgevangen en doorgeven aan de hersenen wa | |
| Aandoening, neurologische | Ziekte of afwijking van het zenuwstelsel. | |
| aandoeningen, Allergische | Ziekten als gevolg van overgevoeligheid voor bepaalde stoffen, zoals astma en hooikoorts. Stoornis in het afweersysteem, waardoor dit abnormaal reageert op van buiten komende stoffen die op zich niet of nauwelijks schadelijk zijn. Hierbij komen stoffen vr | Astma, COPD |
| aandoeningen, Chronische Aspecifieke Respiratoire | Verouderde Verzamelnaam voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis, welke los van elkaar, maar ook tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. | Astma, COPD |
| Aandrangincontinentie | Vorm van urine-incontinentie (onvermogen om de urine voldoende lang op te houden) waarbij sprake is van een frequente aandrang om te urineren (tot wel meer dan tienmaal per dag) en waarbij de aandrang zo snel komt opzetten dat de urine al kan aflopen voor | |
| Aangezichtspijn | Pijn in het gelaat, aan een of aan beide kanten. | Chronische pijn |
| Aanpassingsstoornis | Het onvermogen om zich binnen redelijke termijn aan te passen aan veranderde omstandigheden zoals een ontslag of een verhuizing. | Depressie |
| Aanval, atonische | Type epileptische aanval waarbij er geen verstijving van de spieren optreedt, maar juist een verslapping, waardoor de betrokkene plotseling bewusteloos neervalt. | |
| Aanval, complex partiële | Epileptische aanval waarbij het bewustzijn geheel of gedeeltelijk is gestoord. De betrokkene kan vreemde onbewuste en doelloze handelingen uitvoeren, zoals smakken, slikken, wrijven, wriemelen of rondlopen. Het gezicht kan bleek zijn of rood. De aanval du | |
| aanval, eenvoudige partiële | Aanval waarbij het bewustzijn helder blijft. De uitingsvormen zijn heel verschillend en kunnen bestaan uit een misselijk gevoel, plotseling ongecontroleerde bewegingen van armen of benen, het ruiken van een vreemde geur of een nare smaak in de mond krijg | Epilepsie |
| aanval, elementaire | Aanval waarbij het bewustzijn helder blijft. De uitingsvormen zijn heel verschillend en kunnen bestaan uit een misselijk gevoel, plotseling ongecontroleerde bewegingen van armen of benen, het ruiken van een vreemde geur of een nare smaak in de mond krijg | Epilepsie |
| Aanval, functionele | Verouderde term voor PPEA (psychogene pseudo-epileptische aanval). De verschijnselen van deze aanval lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één | Epilepsie |
| Aanval, gegeneraliseerde | Epileptische aanval waarbij de stoornis (epileptische ontlading van hersencellen) zich voordoet in de hele hersenen. Er is altijd een stoornis van het bewustzijn. De meest voorkomende verschijningsvormen zijn absences, myoclonieënen (bij behouden bewustzi | Epilepsie |
| Aanval, grand mal- | Oude benaming voor tonisch-clonische aanval, de meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden.. | Epilepsie |
| Aanval, grote | Meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. Wordt ook wel grand mal-aanval of tonisch-clonische | Epilepsie |
| aanval, Jacksonse | Oude benaming voor een partiële epileptische aanval met motorische verschijnselen die zich uitbreidt volgens een vast patroon. | Epilepsie |
| Aanval, myoclonische | Type epileptische aanval waarbij enkelvoudige of in reeksen voorkomende spierschokken optreden in de armen en/of de benen, met een zeer kortdurende bewustzijnsstoornis. Het kan een voorbode zijn van een volledige epileptische aanval (zie Tonisch-clonische | Epilepsie |
| Aanval, partieel beginnende | Epileptische aanval die vanuit één bepaalde plek in de hersenen ontstaat. | Epilepsie |
| Aanval, partiële | Stoornis (ontlading van hersencellen) die zich voordoet in een bepaald gedeelte (of part) van de hersenen. De verschijnselen zijn erg afhankelijk van de plek waarin dit gebeurt. Bij sommige aanvallen blijft iemand bij bewustzijn, bij andere aanvallen niet | Epilepsie |
| Aanval, psychogene | Verouderde term voor PPEA (psychogene pseudo-epileptische aanval). De verschijnselen van deze aanval lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één | Epilepsie |
| aanval, psychogene pseudo-epileptische | Aanval waarbij de verschijnselen lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één persoon. Vroeger ook wel psychogene, functionale, spannings- of pseu | Epilepsie |
| Aanval, psychomotorische | Verouderde naam voor complexe partiële aanval, epileptische aanval waarbij het bewustzijn geheel of gedeeltelijk is gestoord. De betrokkene kan vreemde onbewuste en doelloze handelingen uitvoeren, zoals smakken, slikken, wrijven, wriemelen of rondlopen. H | Epilepsie |
| aanval, secundair gegeneraliseerd | Situatie waarbij een eenvoudige partiële aanval kan overgaan in een complexe partiële aanval en/of gegeneraliseerde aanval (tonisch-clonische (grote) aanval). De plaatselijke ontlading breidt zich dan uit tot de gehele hersenen (beide hersenhelften, links | Epilepsie |
| Aanval, temporale | Een veelvoorkomend type epileptische aanval (temporaal epilepsie), waarbij de patiënt doelloze bewegingen uitvoert, een starende blik heeft en gedeeltelijk (of geheel ) het bewustzijn verliest. Vaak gaan aan de aanval bepaalde gevoelens vooraf (zie ook Au | Epilepsie |
| Aanval, tonisch-clonische | Meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. | Epilepsie |
| Aanval, volledige | Tonisch-clonische aanval, meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. | Epilepsie |
| AAW | Afkorting van algemene arbeidsongeschiktheidswet. | |
| Abces | Plaatselijke ophoping van pus (etter) in een holte in een ontstekingshaard. | |
| Abdominale echo | Echo waarbij via de buik gekeken wordt naar de organen in de buik. | Endometriose |
| Absence | Lichte, kortdurende aanval die gepaard gaat met bewustzijnsverlies, staren en soms schokjes in het gelaat, optredend bij mensen met epilepsie. | Epilepsie |
| Absence status | Het zeer snel op elkaar volgen van absences, waardoor er een soort schemertoestand ontstaat die uren of een enkele keer wel dagen kan duren. | Epilepsie |
| Absence, atypische | Type epileptische aanval waarbij naast de korte afwezigheid van de absence ook kenmerken van de complexe partiële aanval optreden, zoals spiertrekkingen en automatische handelingen. Het lijkt daarom op een complexe partiële aanval. | |
| Absoluut risico | De kans dat iemand een ziekte krijgt (zie ook relatief risico). | |
| Absorptie | Het opnemen van stoffen (zoals zuurstof, vocht of voedingsstoffen) uit de omgeving. | |
| AC | Audiologisch Centrum, instituut dat speciaal gericht is op onderzoek bij en revalidatie van slechthorenden en doven. | |
| Accommodatie | Letterlijk: aanpassen. Met betrekking tot de ogen: het vermogen van de ooglens om op verschillende afstanden scherp in te stellen. | |
| Accommoderen | Het scherpstellen op voorwerpen dichterbij door de ooglens sterker te krommen. Als dit op oudere leeftijd niet meer goed lukt, spreekt men van ouderdomsverziendheid (presbyopie). | |
| ACE | Afkorting van Angiotensine Converted Enzym, enzym dat betrokken is bij regulatie van de bloeddruk doordat het de omzetting stimuleert van angiotensine I in angiotensine II, een stof die bloeddrukverhogend werkt. Medicijnen die de werking van dit enzym afr | |
| ACE-remmer | Geneesmiddel dat de werking van het angiotensine converting enzyme remt en daardoor een bloedvatverwijdende effect heeft. Wordt vooral gebruikt bij de behandeling van hoge bloeddruk. | Vaatlijden, Cholesterol |
| Acetylcholine | Neurotransmitter die ondermeer noodzakelijk is voor de werking van spieren en het geheugen.Wanneer deze in overmaat in de hersenen aanwezig is (of niet voldoende door dopamine wordt tegengewerkt) treden verschijnselen op zoals bij de ziekte van Parkinson. | |
| Acetylsalicylzuur | De werkzame stof in aspirine. | Vaatlijden |
| Achterhoofdskwab | Occipitaalkwab, het aan de achterkant gelegen deel van de grote hersenen, onder meer van belang voor de verwerking van de informatie die ons via de ogen bereikt en voor het geheugen voor kleur en vormen. | |
| Achterhoofdspijn | Pijn in het achterhoofd, bijvoorbeeld als gevolg van hoge bloeddruk en hersenaandoeningen. Zenuwontsteking van de grote en kleine achterhoofdszenuwen kan chronische achterhoofdspijn veroorzaken. | Chronische pijn |
| Achteruitgang, cognitieve | Achteruitgang van de cognitieve functies. | |
| Acipimox | Geneesmiddel dat afgeleid is van nicotinezuur en dat LDL-cholesterol- en triclyceridengehaltes matig verlaagd en het HDL-cholesterolgehalte matig verhoogd. | |
| Acne | Onschuldige huidaandoening tijdens de puberteit, waarbij de uitvoergangen van de talgklieren in de huid gemakkelijk verstopt raken, waardoor puistjes ontstaan. | |
| Acne conglobata | Ernstige vorm van acne, die vooral bij mannen na hun twintigste voorkomt en waarbij dubbelcomedonen, reuzecomedonen, cysten, abcessen en fistels kunnen voorkomen, en die nogal eens geneest met achterlating van ernstige littekens. | |
| Acne vulgaris | Medische naam voor de 'gewone', meest voorkomende vorm van acne. | Astma, Parkinson |
| Acupressuur | Behandeling waarbij op de punten bekend uit de acupunctuur door de behandelaar druk met de hand wordt uitgeoefend. | Chronische pijn |
| Acupunctuur | Het inbrengen van kleine naalden op verschillende punten van het lichaam. Deze naalden kunnen met de hand licht bewogen worden of elektrisch geprikkeld. De plaats waar de naalden ingebracht moeten worden is beschreven in oude Chinese teksten. | Chronische pijn |
| Acute gastritis | Ontsteking van het maagslijmvlies, veroorzaakt door inwerking op de maag door schadelijke stoffen (bijvoorbeeld overmatig alcoholgebruik), ziektekiemen (bijvoorbeeld bij voedselvergiftiging) of door bepaalde medicijnen. | |
| Acute pijn | Pijn veroorzaakt door weefselbeschadiging, waarbij de ernst van de pijn die men voelt bepaald wordt door de sterkte van de pijnprikkel. | Chronische pijn |
| Acuut | Aanduiding voor ziekten die plotseling ontstaan en meestal ook snel verlopen. | Eetstoornissen |
| Adaptie | Letterlijk: gewenning of aanpassing. In de oogheelkunde gebruikt in de term donker-adaptatie het wennen van de ogen aan het zien in schemering of duisternis. In de chirurgie gebruikt voor het aan elkaar voegen van wondranden. | |
| Adaptieve colitis | Een ander woord voor prikkelbare darm syndroom (PDS), een stoornis in de spierbewegingen in vooral de dikkedarm, waardoor klachten over een zeurende en/of krampende buikpijn ontstaan en de darmfunctie ontregeld raakt. Hierdoor ontstaat een afwijkend ontla | |
| ADD | Attention Deficit Disorder: ADHD zonder hyperactiviteit: concentratiestoornis en impulsiviteit zijn hoofdsymptomen. | ADHD |
| Add-back-therapie | ‘Ondersteunende therapie’, het geven van een lage hoeveelheid oestrogenen tijdens een GnRH-agonist kuur, om de bijwerkingen van vooral botontkalking tegen te gaan. | Endometriose |
| Additie | Letterlijk: toevoeging. De toegevoegde sterkte aan brillenglas of contactlens om ouderdomsverzienden beter te kunnen laten lezen. | |
| Adenomyose | Endometriose die aanwezig is in de buitenste laag van de baarmoeder. Deze buitenste laag bestaat normaal gesproken alleen uit spierweefsel. Zijn er in deze laag haarden van baarmoederslijmvlies aanwezig, dan spreken we van adenomyose. Sommige gynaecologen noemen elke endometriose waarbij spierweefsel betrokken is adenomyose, dus ook in blaas of darm. | Endometriose |
| Adenoom | Goedaardig gezwel met gelijkvormige cellen, dat zich ontwikkelt in een orgaan met kliercellen zoals de maag en de schildklier. | Schildklierafwijkingen |
| Ader | Een bloedvat voor het vervoer van bloed van de verschillende lichaamsdelen naar het hart. | Vaatlijden |
| ADHD | Attention Deficit Hyperactivity Disorder, aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en impulsiviteit, kan op elke leeftijd voorkomen. | ADHD, ADHD |
| Adjuvante analgetica | Geneesmiddelen die geen specifieke pijnbestrijdingactiviteit vertonen, maar die bij voorschrijven wel de pijn kunnen verminderen; ook wel co-anelgetica genoemd. | Chronische pijn |
| Adjuvante therapie | Toedienen van medicijnen of hormonen om eventueel aanwezige tumorcellen te doden. Deze tumorcellen zijn echter niet aangetoond. | Kanker en radiotherapie, Kanker en radiotherapie, Kanker en hormonale therapie, Kanker en chirurgie |
| Adolescentie | De levensfase tussen puberteit en volwassenheid. | Eetstoornissen |
| Aerofagie | Letterlijk: het inslikken van lucht. Met aerofagie wordt het overmatig inslikken van lucht aangeduid. Patiënten met aerofagie hebben veel last van boeren en zijn zich meestal niet bewust van de oorzaak daarvan, het inslikken van lucht. | |
| Afakie | Letterlijk: het ontbreken van de ooglens. Meestal is dit het resultaat van een oogoperatie wegens staar, waarbij de troebele ooglens is weggenomen. Soms gaat het om een aangeboren afwijking of het gevolg van een oogbeschadiging na een ongeval. | |
| Afasie | Letterlijk: geen-spraak. Taal- en/of spraakstoornis ten gevolge van een hersenbeschadiging, bijvoorbeeld na een beroerte. Hierbij onderscheidt men onder meer de motorische afasie (hierbij weet de patiënt nog wel wat hij wil zeggen, maar kan de woorden nie | Vaatlijden, Hoge bloeddruk |
| Affect | De voor anderen waarneembare gedragingen en uitingen waarmee iemand zijn emotionele gemoedstoestand tot uitdrukking brengt. | Schizofrenie |
| Affectieve stoornis | Stoornis in het gevoelsleven, meestal gebruikt om aan te geven dat iemands gevoelens of stemming in extreme mate verhoogd (manisch) of juist verlaagd (depressief) is. | Manisch-depressieve stoornis |
| Aggraveren | Het zonder opzet overdrijven van een klacht. | |
| Agonist | Stof die de werking van een andere stof versterkt of imiteert. | Hoge bloeddruk |
| Agorafobie | Straat- of pleinvrees: de angst om in een situatie te geraken of op een plaats te komen waaruit of vanwaar men meent niet meer weg te kunnen of waar men meent dat, indien nodig, niet snel genoeg hulp geboden kan worden. | |
| Airtrapping | Fenomeen waarbij te veel lucht achter in de longen blijft en waardoor copd-patiënten benauwd worden. | |
| Akinesie | Letterlijk: bewegingsarmoede. Ziekteverschijnsel waarbij de betrokkene niet of slechts met moeite in staat is bewegingen uit te voeren, zonder dat daarbij sprake is van spierzwakte. Akinesie is een kenmerkend verschijnsel bij de ziekte van Parkinson. | Parkinson, Parkinson |
| Akinesie, end-of-dose | Verstijving van de spieren als gevolg van het uitgewerkt zijn van de laatste dosis medicijnen bij de behandeling van de ziekte van Parkinson. | |
| Akoestiek | Wijze waarop geluid zich in een ruimte voortplant. | |
| Aldosereductaseremmers | Medicijnen bij de behandeling van diabetes (suikerziekte) die mogelijk de complicaties van een lang bestaande diabetes (met name de neuropathie = zenuwbeschadiging) afremmen. Geneesmiddelen uit deze groep zijn in Nederland (nog) niet beschikbaar. | Diabetes, Diabetes type 1, Diabetes type 2 |
| Aldosteron | Hormoon dat in de bijnieren wordt aangemaakt en dat door het vasthouden van natrium (zout) in de nieren bijdraagt aan de regulatie van de hoeveelheid natrium en water in het lichaam. Een teveel aan aldosteron leidt door het overmatig vasthouden van natriu | Hoge bloeddruk |
| Alfa-1-antitrypsine | Een groot eiwit dat wordt gemaakt in de lever en dan wordt afgegeven aan het bloed en zo ook in de longen komt. Het is een antiprotheïnase, dus een stof die de long beschermt tegen afbraak. | Astma, COPD |
| Alfa-1-antitrypsine deficiëntie | Erfelijke ziekte waarbij er een tekort is aan alfa-1-antitrypsine. Mensen met een alfa-1-antitrypsine deficiëntie hebben een grote kans op het ontwikkelen van longemfyseem. | Astma, COPD |
| Alfaritme | De tijdens het registreren van de hersenactiviteit (EEG) zichtbare golven die kenmerkend zijn voor een ontspannen waaktoestand. | |
| Algemeen chirurg | Specialist die ziekten behandelt door middel van operatie. In de loop van de tijd zijn van de algemene chirurgie deelgebieden afgesplitst. Op het gebied van kanker houdt de algemeen chirurg zich vooral bezig met borstkanker, kanker van het maagdarmkanaal, | Kanker en chirurgie |
| Alibi-manisch-depressief | Het verschijnsel dat mensen zich ten onrechte de diagnose manisch-depressief aanmeten om hun gedrag te rechtvaardigen. | Manisch-depressieve stoornis |
| Allergeen | Stof (meestal een eiwit) waar iemand allergisch op kan reageren, bijvoorbeeld een component van huisstof, graspollen of honden- of kattenschilfers. | Astma, COPD |
| Allergie | Stoornis in het afweersysteem, waardoor dit abnormaal reageert op van buiten komende stoffen die op zich niet of nauwelijks schadelijk zijn. Hierbij komen stoffen vrij die verantwoordelijk zijn voor diverse lichamelijke verschijnselen, zoals roodheid, jeu | Astma, COPD |
| Allergische aandoeningen | Ziekten als gevolg van overgevoeligheid voor bepaalde stoffen, zoals astma en hooikoorts. Stoornis in het afweersysteem, waardoor dit abnormaal reageert op van buiten komende stoffen die op zich niet of nauwelijks schadelijk zijn. Hierbij komen stoffen vr | Astma, COPD |
| Allergische rhinitis | Allergische neusontsteking, zoals bij hooikoorts (zie ook Allergie). | Astma, Astma |
| Allergoloog | Arts die gespecialiseerd is in allergische ziekten, zoals hooikoorts, eczeem, astma, insectenallergie en voedselovergevoeligheid. | |
| Alpha-glucosidaseremmers | Bij de behandeling van suikerziekte gebruikte medicijnen, die de opname van glucose in de darm vertragen, waardoor het bloedsuikergehalte na een maaltijd minder snel stijgt. | Diabetes, Diabetes type 1, Diabetes type 2 |
| Alprostadil | Een prostaglandine, een werkzame stof om erectiestoornissen te behandelen. | Erectieproblemen |
| Alteplase | Een middel dat een bloedstolsel weer kan oplossen. | Vaatlijden |
| Alvleesklier (pancreas) | Onder en achter de maag gelegen klier die onder meer spijsverteringssappen, nodig voor de vertering van voedsel in de darmen, produceert. Ook het hormoon insuline, dat het bloedsuikergehalte van het bloed regelt, wordt in de alvleesklier gemaakt. | |
| Alzheimer, ziekte van | Hersenziekte waarbij door vooralsnog onbekende oorzaak een versneld verouderingsproces in de hersenen optreedt, gepaard gaand met verschijnselen van dementie, zoals vergeetachtigheid, afname van aangeleerde vaardigheden (zoals het juiste gebruik van taal | |
| Amaurosis fugax | Tijdelijke blindheid aan een oog. | Vaatlijden |
| Amblyopie | Stoornis van het gezichtsvermogen die veroorzaakt wordt door het niet met beide ogen tegelijk kunnen kijken. Meestal samenhangt met een lui oog. | |
| Ambulant | Letterlijk 'lopend'. In het medisch spraakgebruik wordt hiermee aangegeven dat de behandeling in de thuissituatie wordt gegeven. Dit in tegenstelling tot het begrip hospitalisatie of niet-ambulant, hetgeen aangeeft: in ziekenhuis of verpleeghuis opgenomen | |
| Ambulante behandeling | Behandeling waarbij de patiënt niet is opgenomen in een ziekenhuis of een andere medische instelling voor dag en nacht. Dit heet ook wel extramurale zorg (letterlijk 'buiten de muren'), in tegenstelling tot intramurale of klinische zorg. | |
| Amenorroe | Het uitblijven van de normaal te verwachten menstruaties. | Eetstoornissen |
| Ametropie | Letterlijk: onregelmatig zien. In de oogheelkunde gebruikte verzamelnaam voor alle soorten afwijkingen van de lichtbreking door de lens of het hoornvlies van het oog. Hieronder vallen ondermeer verziendheid, bijziendheid en astigmatisme. | Eetstoornissen |
| Aminozuren | De onderdelen waaruit eiwit is opgebouwd. | |
| AMW | Afkorting van algemeen maatschappelijk werk. | |
| Amylase | Een enzym dat zich in het speeksel en in het sap van de alvleesklier bevindt en dat zetmeel uit het voedsel kan afbreken tot suikers. | |
| Amyloid | Een eiwit dat onder bepaalde ziekelijke omstandigheden in het lichaam kan ontstaan en giftig is voor de weefselcellen. Amyloïd komt ondermeer in de hersenen voor bij de ziekte van Alzheimer, de meest voorkomende oorzaak van dementie. | |
| Anafylaxis | Acute algemene reactie van het lichaam die kan ontstaan wanneer iemand die ergens allergisch voor is, opnieuw met die stof in aanraking komt. In plaats van de plaatselijke reactie (bijvoorbeeld de zwelling op de plaats van de wespensteek) ontstaat er als | |
| Analgetica | Pijnverdovende middelen. | Chronische pijn |
| Analgetica, adjuvante | Geneesmiddelen die geen specifieke pijnbestrijdingactiviteit vertonen, maar die bij voorschrijven wel de pijn kunnen verminderen; ook wel co-anelgetica genoemd. | Chronische pijn |
| Analgetica, perifere | Pijnverdovende middelen met aangrijpingspunt voornamelijk buiten het centrale zenuwstelsel. | Chronische pijn |
| Analytische theorie | Ook wel psychodynamische theorie genoemd. De door de Weense psychiater Sigmund Freud ontwikkelde theorie over het menselijk psychische functioneren. Kenmerkende begrippen in deze theorie zijn onder meer neurose, trauma, inzicht, onderbewuste en het trio I | |
| Anamnese | Letterlijk: herinnering. Tot een diagnose komen door het verhaal van klachten van de patiënt en de gegevens over de voorafgaande medische ziektegeschiedenis. | Astma, ADHD, Cholesterol |
| Anatomie | Letterlijk: ontleedkunde. De kennis van de bouw en de samenstelling van het lichaam en de organen. | Erectieproblemen |
| Androgene hormonen | Verzamelnaam voor alle hormonen (inclusief de door de geneesmiddelenindustrie [na]gemaakte hormonen) die een vergelijkbare werking hebben als die van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Ook bij vrouwen worden overigens in geringe mate in de bijni | Astma, Maagklachten, Multiple Sclerose |
| Androgenen | Verzamelnaam voor alle hormonen (inclusief de door de geneesmiddelenindustrie [na]gemaakte hormonen) die een vergelijkbare werking hebben als die van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Ook bij vrouwen worden overigens in geringe mate in de bijni | |
| Androsteendion | Mannelijk hormoon dat in kleine hoeveelheden ook bij de vrouw wordt gemaakt in de bijnieren en de eierstokken. Tot de overgang heeft dit hormoon geen invloed op het lichaam aangezien het geheel wordt geneutraliseerd door de vrouwelijke hormonen. Wanneer i | Osteoporose, Osteoporose |
| Anemie | Medische naam voor bloedarmoede. Geldt zowel voor de afname van het aantal rode bloedcellen (erytrocyten) als de afname van de hoeveelheid rode bloedkleurstof (hemoglobine) in de rode bloedcellen. | |
| Anesthesioloog | Specialist verantwoordelijk voor de zorg voor patiënten tijdens operatie. De anesthesioloog zorgt dat de operatie pijnloos kan worden verricht en zorgt voor de veiligheid van de patiënt tijdens de operatie en direct daarna. Ook: anesthesist of narcotiseur | Kanker en chirurgie |
| Aneurysma | Een abnormale verwijding in een slagader of het hart. Onder invloed van hoge bloeddruk kan een aneurysma scheuren. | Vaatlijden, Hoge bloeddruk |
| Angina pectoris | Pijn op de borst of hartkramp, die ontstaat als gevolg van zuurstoftekort in de hartspier. Is meestal het gevolg van een vernauwing in de kransslagaders van het hart, waardoor er tijdens lichamelijke inspanning niet voldoende vers bloed met zuurstof de ha | Schildklierafwijkingen, Hoge bloeddruk, Cholesterol |
| Angioedeem | Zwelling gelokaliseerd in de diepere lagen van de huid of het onderhoudsvetweefsel, meestal optredend als gevolg van een plaatselijke allergische reactie. | |
| Angiogenese | Vorming van bloedvaatjes. | Kanker en radiotherapie, Kanker en radiotherapie |
| Angiogram | Röntgenfoto van een bloedvat. Door in het bloedvat een stof in te spuiten (een onschadelijk contrastmiddel) die röntgenstralen tegenhoudt, worden het verloop van het bloedvat en eventueel aanwezige vernauwingen zichtbaar gemaakt. | Vaatlijden, Cholesterol |
| Angiotensine | Hormoonachtige stof die betrokken is bij de normale regulatie van de bloeddruk en, indien in te grote hoeveelheden aangemaakt, leidt tot het ontstaan van hoge bloeddruk. | |
| Angiotensine Converterend Enzym (ACE) | Enzym dat betrokken is bij regulatie van de bloeddruk doordat het de omzetting stimuleert van angiotensine I in angiotensine II, een stof die bloeddrukverhogend werkt. Medicijnen die de werking van dit enzym afremmen (ACE-remmers) verlagen de bloeddruk. | Hoge bloeddruk |
| Angiotensine II-remmers | Een groep van bloeddrukverlagende medicijnen. | |
| Angiotensinogeen | Een voorloper van de stof angiotensine, een hormoonachtige stof die betrokken is bij de normale regulatie van de bloeddruk en, indien in te grote hoeveelheden aangemaakt, leidt tot het ontstaan van hoge bloeddruk. | Hoge bloeddruk |
| Angst | Bang worden als normale reactie op een bedreigende gebeurtenis of situatie. | |
| Angst, gegeneraliseerde | Niet-reële bezorgdheid of angst over normale aspecten van het leven, gepaard gaand met lichamelijke uitingen van ondraaglijke spanning en angst, zoals hartkloppingen, beven en transpireren. | |
| Angstequivalenten | Lichamelijke klachten die veel voorkomen bij een angststoornis, zoals hartkloppingen, transpireren, beven, een gevoel van ademnood, pijn in de borststreek, misselijkheid, duizeligheid en een gevoel de realiteit of de controle te verliezen. | Depressie |
| Angststoonis, gegeneraliseerde | Vorm van angststoornis die niet ergens speciaal op gericht is. Wordt ook diffuse angststoornis genoemd. | |
| Angststoornis | Psychiatrisch ziektebeeld waarbij angst centraal staat. | |
| Angststoornis, diffuse | Niet-reële bezorgdheid of angst over normale aspecten van het leven, gepaard gaand met lichamelijke uitingen van ondraaglijke spanning en angst, zoals hartkloppingen, beven en transpireren. | |
| Angststoornis, gegeneraliseerde | Vorm van angststoornis die niet ergens speciaal op gericht is. Wordt ook diffuse angststoornis genoemd. | |
| Aniseïconie | Letterlijk: ongelijk beeld. Toestand waarin de beelden die beide ogen op het netvlies krijgen links en rechts niet even groot zijn. Dit kan gebeuren wanneer de beide ogen een heel verschillende lichtbreking hebben (bijvoorbeeld als één ooglens verwijderd | Depressie, Schizofrenie |
| Anisme | Het op het moment dat de stoelgang moet komen niet kunnen ontspannen van de spieren rond de anus of zelfs aanspannen van deze spieren. Het wordt ook wel spastisch bekkenbodemsyndroom genoemd en is een van de mogelijke oorzaken van obstipatie. | |
| Anisocorie | Het links en rechts niet even groot zijn van de pupil in het oog. | |
| Anisometropie | Letterlijk: ongelijk beeld. Toestand waarin de beelden die beide ogen op het netvlies krijgen links en rechts niet even groot zijn. Dit kan gebeuren wanneer de beide ogen een heel verschillende lichtbreking hebben (bijvoorbeeld als één ooglens verwijderd | |
| Anorexia nervosa | Eetstoornis waarbij iemand de angst heeft om dik te zijn terwijl er juist sprake is van een te laag lichaamsgewicht. Dit kan ernstige vormen aanmeten, waarbij er ondanks ernstig ondergewicht nog steeds te weinig voedsel wordt gebruikt. Daarnaast kan er sp | Eetstoornissen |
| Anorexie | Medische term, aan het Grieks ontleend, waarmee een gebrek aan eetlust wordt aangeduid. Anorexie is een symptoom dat bij zeer veel ziekten kan voorkomen. Anorexie is niet hetzelfde als anorexia nervosa, een eetstoornis die vooral bij jonge vrouwen voorkom | Eetstoornissen |
| Anorganische stof | Stof die niet behoort tot de levende natuur, bijvoorbeeld water, aarde of mest. | |
| Anovulatoire cyclus | Menstruatiecyclus waarbij géén eisprong (ovulatie) optreedt, waardoor de cyclus meestal onregelmatig wordt. | Maagklachten |
| Antacidum | Geneesmiddel dat reeds in de maag aanwezig maagzuur neutraliseert. Antacida worden vooral gebruikt bij de bestrijding van brandend maagzuur. | Maagklachten |
| Antagonist | Letterlijk: strijd. Wordt gebruikt om stoffen aan te geven die een andere stof remmen. Wordt ook gebruikt om een spier aan te geven die de werking van een andere spier tegenwerkt (bijvoorbeeld: spieren die de arm buigen zijn de antagonist van spieren die | Parkinson |
| Anthropofiel | Letterlijk: houdend van de mens. Wordt bij het indelen van de verschillende schimmelsoorten gebruikt om aan te geven dat een bepaalde schimmelsoort de mens als belangrijkste bron (gastheer) heeft. | |
| Anti-epilepticum | Geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van epilepsie. | Epilepsie, Depressie, Eetstoornissen, Manisch-depressieve stoornis |
| Anti-oestrogeen | Een geneesmiddel dat de effecten van vrouwelijke hormonen (oestrogenen) blokkeert op een voor vrouwelijk hormoon gevoelige kankercel. Het meest gebruikte middel is tamoxifen. | Kanker en hormonale therapie |
| Anti-Parkinsonmiddelen | Geneesmiddelen tegen verschijnselen van de ziekte van Parkinson of de parkinsonachtige bijwerkingen van sommige andere geneesmiddelen, zoals antipsychotica (middelen die ondermeer bij de behandeling van psychosen worden gebruikt). | Manisch-depressieve stoornis, Astma |
| Antibioticum | Geneesmiddel dat tegen bacteriën of andere ziekteverwekkers werkzaam is. | |
| Anticholinergicum | Geneesmiddel dat de werking van acetylcholine onderdrukt. Acetylcholine heeft op veel plaatsen in het lichaam een taak bij de werking van het zenuwstelsel: de hersenen, de spieren en het autonome zenuwstelsel (deel van het zenuwstelsel dat ondermeer de we | Astma |
| Anticoagulantia | Bloedverdunners; medicijnen die ervoor zorgen dat het bloed minder snel stolt. | Vaatlijden |
| Anticonceptie | Letterlijk: het voorkómen van een bevruchting. Het gebruik maken van middelen of methoden ter voorkoming van zwangerschap. | Astma, Manisch-depressieve stoornis |
| Anticonceptiepil | Medicijn dat een of twee stoffen bevat met de werking van een of beide vrouwelijk geslachtshormonen (oestrogeen, progestageen) en dat indien correct volgens het opgegeven inneemschema gebruikt een praktisch 100% zekerheid biedt niet zwanger te worden. Vaa | |
| Antidepressiva | Groep geneesmiddelen tegen depressiviteit. | |
| Antidepressivum | Geneesmiddel ter behandeling van depressies. | Maagklachten, Parkinson |
| Antidiabeticum | Geneesmiddel gebruikt bij de behandeling van suikerziekte. | Manisch-depressieve stoornis, Cholesterol |
| Antihistaminica | Medicijnen die de schadelijke effecten van histamine tegengaan, een stofje dat vrijkomt bij een allergische reactie. | Astma, COPD |
| Antihistaminicum | Medicijn dat de werking van histamine op de histamine-1-receptoren tegengaat en daarmee de symptomen van allergie kan verminderen (zie ook histamine-1-antagonist). | |
| Antilichamen | Stoffen die door het afweersysteem van het lichaam worden gemaakt en die virussen en bacteriën kunnen doden. Worden ook wel antistoffen genoemd. | |
| Antimycoticum | Geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van schimmelinfecties. | |
| Antiproteasen | Moleculen die zich binden aan proteasen waardoor zij onwerkzaam worden, ook antiprotheïnasen genoemd. De bekendste antiprotease is alfa-1-antitrypsine. | Astma, COPD |
| Antiproteïnasen | Moleculen die zich binden aan proteïnasen waardoor zij onwerkzaam worden, ook antiproteasen genoemd. De bekendste antiprotheïnase is alfa-1-antitrypsine. | Astma, COPD |
| Antipsychotica | Groep van geneesmiddelen die gebruikt worden tegen psychosen, vroeger ook wel neuroleptica genoemd. | |
| Antipsychotica, atypische | Nieuwe type medicijnen tegen psychose die minder bijwerkingen veroorzaken dan de klassieke antipsychotica. Ze veroorzaken met name minder bijwerkingen van het bewegingsapparaat (minder stijfheid en beven). | |
| Antiseptisch middel | Middel dat ziekmakende micro-organismen (bacteriën, virussen en schimmels) doodt of de groei ervan tegengaat en dat gebruikt wordt ter ontsmetting van levend weefsel, zoals bijvoorbeeld de huid. Zie ook Desinfecteren. | |
| Antistoffen | Stoffen die door het afweersysteem van het lichaam worden gemaakt en die virussen en bacteriën kunnen doden. Worden ook wel antilichamen genoemd. | Multiple Sclerose, Schizofrenie |
| Antistoffen, Oligoclonale | Antistoffen afkomstig van een gering aantal antistofmakende cellen. Ze worden als losliggende bandjes gezien op het testpapier bij het onderzoek van eiwitten (= elektroforese). Oligoclonale antistoffen worden gezien in het hersenvocht (= liquor) van MS-pa | |
| Antistoffen, Oligoklonale | Antistoffen afkomstig van een gering aantal antistofmakende cellen. Ze worden als losliggende bandjes gezien op het testpapier bij het onderzoek van eiwitten (= elektroforese). Oligoklonale antistoffen worden gezien in het hersenvocht (= liquor) van MS-pa | |
| Antiviraal middel | Middel dat virussen doodt. | Multiple Sclerose |
| Antrum (venticuli) | Onderste (laatste) deel van de maag, vlak voor de overgang naar de twaalfvingerige darm (duodenum). In dit deel van de maag wordt geen maagzuur geproduceerd. | Maagklachten |
| Anus praeternaturalis | Een kunstmatig (operatief) aangelegde uitgang van de darm in de buikwand (stoma), om ontlasting af te voeren wanneer dit niet meer via de normale afvoerweg (via de anus) kan gebeuren. De uit een anus praeternaturalis of ontlastingstoma komende ontlasting | |
| Anxiolytica | Geneesmiddelen die angstremmend werken. | |
| Aorta | De grote lichaamsslagader, die vanuit de linker hartkamer ontspringt. | Vaatlijden, Hoge bloeddruk |
| AP | Afkorting van anus praeternaturalis of ontlastingstoma; een kunstmatig (operatief) aangelegde uitgang van de darm in de buikwand (stoma), om ontlasting af te voeren wanneer dit niet meer via de normale afvoerweg (via de anus) kan gebeuren. De uit een AP k | |
| Aphakie | Letterlijk: het ontbreken van de ooglens. Meestal is dit het resultaat van een oogoperatie wegens staar, waarbij de troebele ooglens is weggenomen. Soms gaat het om een aangeboren afwijking of het gevolg van een oogbeschadiging na een ongeval. | |
| Apo | Kortere naam voor apolipoproteïne, eiwit dat deel uitmaakt van een lipoproteïne en ervoor zorgt dat het lipoproteïne goed in het bloed opgelost kan worden | Cholesterol |
| Apo-E4 | Bepaald type apolipoproteïne dat risico op het krijgen van de ziekte van Alzheimer vergroot. | |
| Apolipoproteïne | Eiwit dat deel uitmaakt van een lipoproteïne en ervoor zorgt dat het lipoproteïne goed in het bloed opgelost kan worden. | Cholesterol |
| Apoplexie | Een verouderde term voor hersenbloeding. | Vaatlijden |
| Appendix | Medische naam voor het wormvormig aanhangsel van de blinde darm (zie coecum). | |
| Apraxie | Een geheel of gedeeltelijk onvermogen om bepaalde handelingen uit te voeren zonder dat er sprake is van een verlamming (zoals het niet meer weten hoe men een broek aan moet trekken of waar een vork voor dient). Dit kan het gevolg zijn van een hersenbescha | Vaatlijden |
| APZ | Afkorting van algemeen psychiatrisch ziekenhuis. | Manisch-depressieve stoornis |
| Arcus (lipoïdes) corneae | Witte ring rond de iris (regenboogvlies) in het hoornvlies, bestaande uit cholesterolesters. Dit kan een onschuldig ouderdomsverschijnsel zijn. Wanneer het reeds op jonge leeftijd ontstaat is het vaak het gevolg van een te hoog cholesterolgehalte van het | Cholesterol |
| Aromataseremmer | Een geneesmiddel dat de omzetting van mannelijk hormoon uit de bijnier in vrouwelijk hormoon remt. Dit is vooral van betekenis bij vrouwen die in de overgang zijn omdat de vrouwelijke hormonen bij hen voortkomen uit omzetting van mannelijke hormonen (andr | Kanker en hormonale therapie |
| Aromatherapie | Kennis en kunde van de toepassing van geuren en geurstoffen. | |
| Arterie | Zie slagader. | |
| Arterie carotis communis | Halsslagader; slagader aan de voorkant van de hals waardoor bloed stroomt naar de hersenen. | Vaatlijden |
| Arterie carotis interne | de aftakking van de halsslagader die de schedel induikt. | Vaatlijden |
| Arterie cerebri | Hersenslagader is grote slagader in de hersenen. | Vaatlijden |
| Arterie vertebralis | Wervelslagader, slagader voor het vervoer van bloed naar de hersenen. De wervelslagaders lopen aan de achterkant van de hals. | Vaatlijden |
| Artrose | Gewrichtsslijtage. | |
| Ascendens | Letterlijk: opstijgend. Verkorte aanduiding voor colon ascendens. | |
| Ascites | Vochtophoping in de buik. | |
| Asferisch | Letterlijk: niet-bolvormig. Bij een asferische contactlens verloopt de kromming naar de randen toe wat afgeplat om het hoornvlies natuurgetrouwer te volgen en zodoende het draagcomfort te verhogen. | |
| Asperger syndroom | Patiënt met spectrumstoornis met goed intellect. | ADHD |
| Aspiratie | Het vanuit de slokdarm in de longen terechtkomen van vloeistof of vast voedsel tijdens de inademing. | Vaatlijden |
| Aspireren | Het voedsel loopt vanuit de slokdarm terug in de keel en komt met het ademhalen in de longen terecht. | Vaatlijden |
| Associatie | Een verbinding maken of een verband leggen. | |
| Astigmatisme | Onvolkomenheid aan het oog waarbij het hoornvlies (en soms de ooglens) op sommige plaatsen niet egaal bolvormig (sferisch) maar cilindrisch gekromd is. Het hoornvlies is daardoor niet in alle richtingen even bol. De lichtstralen worden zodoende op een ver | |
| Astma | Letterlijk: aanval van benauwdheid. Dit kan veroorzaakt worden door een longaandoening (zie astma bronchiale), of door een hartaandoening (zie Astma cardiale). | Astma |
| Astma bronchiale | Aandoening van de luchtwegen met ontstekingsverschijnselen en aanvalsgewijs optreden van kortademigheid door een wisselende vernauwing van de luchtwegen als gevolg van ophoping van slijm en een verkramping van de spiertjes in de wanden van de luchtwegen. | COPD, Astma |
| Astma cardiale | Kortademigheid, vaak 's nachts optredend, door overvulling van de longaders met bloed als gevolg van falende hartwerking. | Astma |
| astma, Intrinsieke | Ook wel: niet-allergisch astma: astmatische klachten bij iemand die niet allergisch is. Dit wordt vooral gezien als het astma op volwassen leeftijd begint. De klachten zijn hardnekkig en lastig voldoende te behandelen. | Astma, COPD |
| Ataxie | Stoornis van de coördinatie van de spieren als gevolg van een aandoening van de hersenen. Een coördinatiestoornis van de spieren van de benen leidt tot een loopstoornis die als 'stuurloos' wordt ervaren. | Multiple Sclerose, Vaatlijden |
| Atherobrombose | Het ontstaan van een bloedstolsel (trombus) op een door slagaderverkalking aangetaste plek in de vaatwand. | |
| Atherosclerose | Slagaderverkalking of het nauwer worden van de slagaders door afzetting van vetachtige stoffen in de vaatwand. | Vaatlijden, Chronische pijn, Hoge bloeddruk, Cholesterol |
| Atherosclerotische plaque | Verdikte plaats in de wand van een slagader door een opeenhoping van vetachtige stoffen. | Vaatlijden |
| Atonische aanval | Type epileptische aanval waarbij er geen verstijving van de spieren optreedt, maar juist een verslapping, waardoor de betrokkene plotseling bewusteloos neervalt. | Epilepsie |
| Atoom | Kleinst mogelijk deeltje van een element, waarin de chemische eigenschappen nog volledig behouden zijn. | Kanker en radiotherapie, Kanker en radiotherapie |
| Atoomkern | Onderdeel van een atoom. Een atoom is opgebouwd uit een atoomkern met daaromheen elektronen. Een atoomkern bestaat uit protonen en neutronen (een waterstofkern alleen uit een proton). | Kanker en radiotherapie, Kanker en radiotherapie |
| Atopie | Erfelijke aanleg voor allergische aandoeningen zoals hooikoorts, eczeem en astma. | Astma, COPD |
| Atopisch eczeem | Een erfelijke vorm van de huidziekte eczeem, die zich tijdens het eerste levensjaar voordoet als een 'nattend' eczeem in het gelaat (dauwworm) en zich later juist uit in de vorm van een droog eczeem, voornamelijk in ellebogen, knieholtes, aan de polsen en | Astma, COPD |
| Atopisch syndroom | Het samengaan van meerdere atopische aandoeningen (waarvan de drie belangrijkste vormen hooikoorts, astma en eczeem zijn) bij één patiënt. | Astma, COPD |
| Atresie | Afwezig zijn van een normale opening, bijvoorbeeld van de gehoorgang of de anus. | |
| Atriumfibrilleren | Hartritmestoornis waarbij de boezem van het hart onregelmatig samentrekt. | Vaatlijden |
| Atrofie | Het krimpen van weefsel. | |
| Attaque | Een verouderde term voor beroerte. | Vaatlijden |
| Atypische absence | Type epileptische aanval waarbij naast de korte afwezigheid van de absence ook kenmerken van de complexe partiële aanval optreden, zoals spiertrekkingen en automatische handelingen. Het lijkt daarom op een complexe partiële aanval. | Epilepsie |
| Atypische antipsychotica | Nieuwe type medicijnen tegen psychose die minder bijwerkingen veroorzaken dan de klassieke antipsychotica. Ze veroorzaken met name minder bijwerkingen van het bewegingsapparaat (minder stijfheid en beven). | Schizofrenie |
| Audicien | Leverancier van hoortoestellen. | |
| Audiologisch centrum | Instituut dat speciaal gericht is op onderzoek bij en revalidatie van slechthorenden en doven. | |
| Audiometer | Apparaat waarmee gehooronderzoek wordt verricht. | |
| Audiometrie | Onderzoek van het gehoor. | |
| Auditief | Betreffende het gehoor. | Schizofrenie |
| Aura | Letterlijk ‘bries’; plaatselijk begin van een aanval, die gepaard gaat met een subjectieve ervaring. De betrokkene krijgt bijvoorbeeld een onbestemd gevoel in de maag of buik, hij hoort, ziet of ruikt vreemde dingen. | Epilepsie |
| Autisme | Contactstoornis, zie spectrumstoornis. | ADHD |
| Auto-immuunziekte | Aandoening waarbij het lichaam afweerstoffen (antistoffen) maakt tegen eigen weefsels. | Schildklierafwijkingen |
| Automatische handelingen | Doelloze handelingen, zoals wriemelen, plukken, kauw- of smakbewegingen en soms rondlopen. Deze handelingen worden verricht zonder bewust overleg of nadenken. | Epilepsie |
| Autonome zenuwstelsel | Het gedeelte van het zenuwstelsel dat de onwillekeurige organen (buiten de wil om functionerende organen) verzorgt, zoals die van de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling. | Astma, Maagklachten, Hoge bloeddruk |
| AVL | Gedragsbeoordelingslijst aan de hand waarvan kan worden bepaald of de patiënt gedragssymptomen van ADHD vertoont. | ADHD |
| AWBZ | Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. | |